Lezingen die de afgelopen jaren gegeven zijn:
Vrijdag 30 januari 2009: Recente opgravingen in Arnhem, door
M.
Defilet
Vrijdag 27 februari 2009: Jan Vaessen blikt terug
Vrijdag 24 april 2009: Algemene
Levenvergadering
Vrijdag 25 september
2009: Veluwse beken en
sprengen, door J. Meijer
Vrijdag 30 oktober
2009: De
geschiedenis van de Arnhemse Scheepsbouw Maatschappij ASM,
door S. Gerritsen
Vrijdag 27 november 2009:
De Stichting Sint
Nicolai Broederschap Arnhem, door J.C.
Bierens de Haan
Vrijdag
28 november 2008: Chinese migranten in Arnhem 1933-2008,
door
E.A. Gootjes
Vrijdag
31 oktober 2008: De Canon van Arnhem, door B. Roelofs en
J. de
Vries
Zondag
12 oktober 2008: Verhalen van Arnhem
Vrijdag
26 september 2008: Spijkerkwartier, twee eeuwen contrast,
door
J. Mannaerts
Vrijdag 25
april 2008: Maurits
Ver Huell, door J.A.A. Bervoets
Vrijdag
28 maart 2008: De Sonsbeektentoonstellingen,
door N.
Jansen
Vrijdag
29 februari 2008: Koninklijke Onderscheidingen, door
A.K. Kisman
vrijdag
25 januari 2008: Het Huis der Provincie ,door B.A.J.
Roelofs
In deze lezing wordt de historie van huis en landgoed Bronbeek worden belicht, dat van een onbeduidend negentiende-eeuse landhuizje kon uitgroeien tot het huidige representatieve Koninklijk Militair Tehuis voor Oud-Militairen.
vrijdag 19 oktober 2007: Voetbalclub Vitesse in heden en verleden, door D. Heberts en M. EsveldW.H. Nijhof, auteur van de omvangrijke biografie van de Rotterdamse zakenman Anton Kröller, stelt in deze lezing het vermaarde echtpaar Anton en Hélène Kröller-Müller centraal, in wier leven keiharde zakelijke belangen en kunstlievendheid om voorrang streden.
In het kader van de Nationale Week van de Geschiedenis organiseert Prodesse een lezing over de geschiedenis van Vitesse. D. Herberts zal uitvoerig ingaan op de historie van de club vanaf de oprichting in 1892 tot aan de opkomst van het betaald voetbal in de jaren zestig van de vorige eeuw. Het tweede gedeelte zal worden verzorgd door M. Esveld en gericht zijn op de meer actuele geschiedenis.
Vanaf het midden van de zeventiende eeuw heeft de schilderachtige ligging van Arnhem het oog weten te boeien van talrijke schilders en tekenaars. Aan de hand van schilderijen, tekeningen en prenten uit de collectie van het Historisch Museum Arnhem en de Topografische Atlas van Gelderland zal Ton Schulte nader ingaan op de kunsthistorische aspecten van het Arnhemse stadsgezicht door de eeuwen heen.
vrijdag 30 maart 2007: De Romeinse Limes, door Prof. Dr. M. Erdrich, hoogleraar Provinciaal-Romeinse archeologie aan de Radboud Universiteit te NijmegenIn de loop van hun bestaan hebben de gemeentelijke musea vele losse gevelstenen en bouwornamenten verkregen. Helaas zijn die vaak in slechte staat en niet of nauwelijks gedocumenteerd. Enkele voorbeelden worden getoond en besproken.
De Limes vormde de grens van het voormalige Romeinse Rijk. In Nederland liep deze van Katwijk via de Oude Rijn en de Nederrijn langs Arnhem (castellum Meinerswijk) naar Duitsland in de richting van de Donau. De Limes was een militaire zone, die bestond uit een weg, forten en wachttorens en burgerlijke nederzettingen. Maar het was ook een handelsroute en langs deze route ontstond een uitwisseling van culturen tussen de inheemse bevolking en de soldaten van het Romeinse leger en hun gezinnen. Hoewel niet zichtbaar in ons landschap ligt de Limes als een schat verborgen in onze Nederlandse bodem, hetgeen moge blijken uit de talrijke archeologische vondsten.
Aan het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw ontstond het idee om een dorp te bouwen voor mensen met een lichamelijke handicap. Er waren tot dan toe vrijwel geen voorzieningen voor hen, geen mogelijkheden voor zelfstandig wonen en leven en er was weinig werk. Via de actie 'Open Het Dorp', een 24-uurs televisie-inzamelingsactie (26-27 november 1962) werd de bouw mogelijk gemaakt en konden in 1966 de eerste bewoners hun intrek nemen in hun woning. Voor de eerste keer in de Nederlandse geschiedenis werd zo nadrukkelijk aandacht gevraagd voor mensen met een handicap.
vrijdag 26 januari 2007: Thema's uit de geschiedenis van Huissen , door E. Smit, Tiel
Arnhem heeft in de loop der eeuwen veel te maken gehad met Huissen. De aparte positie van deze buurstad, die niet bij het hertogdom Gelre behoorde maar bij Kleef, leidde regelmatig tot spanningen. Zo was er in Huissen in de Middeleeuwen ook een riviertol gevestigd. De Rooms-Katholieken behielden na de Reformatie in Huissen volledige vrijheid van godsdienst, waar veel Arnhemmers van profiteerden. Ook nadat Huissen in 1816 onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden was geworden, was er soms meer sprake van rivaliteit dan van samenwerking. Men denkt maar aan de grenswijzigingen na de Tweede Wereldoorlog. Dr. Smit is gepromoveerde op de Kleefse enclaves in Gelderland. De lezing zal worden begeleid met dia's.
vrijdag 1 december 2006, Andries Schimmelpenninck van der Oije (1705-1776). Uit het leven van een Gelders luitenant-stadhouder,
door dr. M.A.M. Franken, ApeldoornIn deze levensschets van Andries Schimmelpenninck van der Oije is het centrale thema hoe hij als een onaanzienlijk modale Veluwse landjonker wist op te klimmen tot de hoogste trede van de politieke en bestuurlijke ladder in het kwartier van Veluwe, ja zelfs in heel Gelderland, vooral na 1747. Dit gebeurde in een langdurige worsteling met de puissant rijke en oppermachtige landdrost van Veluwe, Lubbert Adolf Torck, heer van Rosendael,
Uitvoerig komt daarbij aan de orde de structuur en het functioneren van het stadhouderlijke stelsel binnen de provincie Gelderland, waarvan Andries op een uitgekookte wijze profijt wist te trekken.
Ten gevolge van de kort na zijn dood opstekende Patriottenstorm zijn zowel dit tijdvak als zijn belangrijkste regent ten onrechte in het vergeetboek van de Gelderse historie terechtgekomen. De voornaamste bron voor dit levensverhaal is zijn uitvoerige correspondentie met achtereenvolgens stadhouder Willem IV, prinses Anna, de hertog van Brunswijk en stadhouder Willem V, aanwezig in het Gelders Archief.
Inwoners van Arnhem op weg naar de Betuwe, Nijmegen of Rotterdam, viskarren uit Harderwijk hessenwagens uit Duitsland, voerlui met bier uit Nijmegen, Deense ossen uit het westen van het land voor de Ooy, alles ploeterde tot ca. 1600 in het najaar, winter en voorjaar door de Betuwse klei om hun bestemming te bereiken. Om dit probleem op te lossen is rond 1600 een trekvaart: de Grift, gegraven. De kosten van deze verbinding waren hoog, om die reden werd er tolgeld geheven. Eerst werd de tol verpacht door de stad Nijmegen, later door de Heren van de Rekenkamer te Arnhem. De opbrengst was bij lange na niet voldoende om de kosten te dekken. Rond 1750 heeft men de Grift laten verlanden en namen postkoetsen en karren over de Griftdijk het van de trekschuiten in de Grift over. De archieven geven een goed beeld van de tol: de tarieven, het verkeer in die tijd, de herberg in het tolhuis, de ruzies tussen de tolgaarder en dronken voerlui of met de deftige dr. Wilbrennick uit Arnhem die vond dat hij met zijn karos met zes paarden bespannen wel voor niets mocht passeren. De tolheffing werd afgeschaft in de Franse tijd. Het laatste tolhuis getekend door de Arnhemse architect Viervant, werd gebouwd in 1767 en is in de WO II verwoest.
De opgravingen in het Musiskwartier hebben een aantal aardige gegevens opgeleverd, die soms mooi aansluiten bij zaken die uit middeleeuwse schriftelijke bronnen bekend zijn. Zijn hier misschien de eerste boerderijen te vinden die later de kern gingen vormen van de nederzetting Arnhem? Ook elders in de stad zijn de laatste jaren hier en daar opgravingen verricht die het een en ander aan het licht hebben gebracht. In de lezing wordt u op de hoogte gebracht van het laatste nieuws dat de archeologen te bieden hebben.
vrijdag 28 april 2006, 19.30 uur:
Jaarvergadering.
Aansluitend een lezing met diapresentatie van de heer B. Steenaert over een recent ontdekt tegeltableau uit 1932, gemaakt door de destijds bekende Arnhemse Faiencefabriek, in een tijd dat allerlei kunststijlen met elkaar om de voorrang wedijverden.
vrijdag 24 maart 2006: De stille slag. Joodse Arnhemmers 1933-1945, door Margo Klijn, historica
Door de talrijke publicaties over Operatie Market Garden lijkt de Tweede Wereldoorlog in Arnhem te beginnen in september 1944. Deze voor de stad en haar bevolking ingrijpende gebeurtenis heeft als het ware zaken als bezetting, verzet, collaboratie en jodenvervolging ondergesneeuwd. Aan de andere kant is de geschiedenis van de jodenvervolging in Nederland bijna altijd Amsterdamse geschiedenis, omdat daar nu eenmaal de helft van de joodse bevolking woonde, terwijl de andere helft verspreid leefde over het land.
Voor de oorlog was er in Arnhem echter verhoudingsgewijs een grote, bloeiende joodse gemeente van ongeveer vijftienhonderd tot tweeduizend zielen. Het opperrabbinaat van Gelderland was in Arnhem gezeteld, en in 1853 werd op de Pastoorstraat een grote synagoge gebouwd, nog steeds een van de mooiste negentiende-eeuwse gebouwen van de stad. Joodse Arnhemmers hadden zoals elke ‘zuil’ hun eigen gebruiken en hadden tegelijkertijd een eigen plaats binnen de Arnhemse samenleving: ‘geïntegreerd met behoud van eigen identiteit’, zoals we nu zeggen.
In de lezing zal aandacht worden geven aan de gemeentepolitiek en de vluchtelingen in de jaren dertig, aan de bezetting en de reactie van joodse Arnhemmers, aan de anti-joodse maatregelen en de reactie van niet-joodse Arnhemmers, en natuurlijk ook aan de slag om Arnhem en de evacuatie, toen joodse onderduikers opdoken en de stad in de meeste gevallen verlieten.
vrijdag 24 februari 2006: Otto van Eck en zijn Arnhemse familieleden, door Rudolf Dekker, Erasmusuniversiteit
Voorjaar 2005 publiceerden Arianne Baggerman en Rudolf Dekker een veel geprezen studie over het dagboek van het Haagse jongetje Otto van Eck (1780-1798). Otto’s ouders waren Patriotten. Zij probeerden hun zoontje op te voeden volgens de idealen van de Verlichting. Otto’s lievelingsoom was de bekende patriottische voorman Pieter Paulus, maar ook andere familiebetrekkingen werden door de van Ecks met zorg onderhouden. In deze lezing zal iets over die opvoeding verteld worden, maar er zal in het bijzonder aandacht zijn voor de Arnhemse tak van de familie Van Eck, die onder andere enige burgermeesters aan de stad heeft geleverd..
vrijdag
27 januari 2006: De
filmgeschiedenis van Arnhem in de periode 1895-1918,
door
Ivo Chamuleau, medewerker
Commissariaat voor de Media.
Lezing in samenwerking met de Volksuniversiteit
Waarom ging de introductie van de film in Arnhem moeilijker dan in Nijmegen? Heeft dat er mee te maken dat films aanvankelijk met de kermissen meetrokken? Deze vraag met betrekking tot de introductie van het medium komt in deze lezing aan de orde. Een andere vraag is of de inhoud van de films ook veranderde toen er nieuwe technieken werden toegepast. En kwam de muziek uit een grammofoon of speelde er steeds een pianist? Ook wordt er nog aandacht besteed aan de exploitatiegeschiedenis van de vaste bioscopen (er kwamen vier bioscopen in Arnhem) en de strijd tegen het “bioscoopkwaad” in de jaren 1910 (de vraag om regulering). Ontwikkelingen op het technische vlak, bijvoorbeeld van de apparatuur en binnen de filmproductiebedrijven in het algemeen, zullen slechts summier en waar relevant kort behandeld worden.
vrijdag 30 januari 2004: Typeringen van Arnhem in de twintigste eeuw, door G.J. Mentink
Er zijn nogal door de tijd heen wat typeringen van Arnhem in omloop geweest: beekstad, parkstad, rentenierstad, nijberheidsstad, toeristenstad, garnizoenstrad, linkse stad, zorgstad, ambtenarenstad, sportstad, cultuurstad, stad van een brug-te-ver, trolleystad, drugsstad en HBO-stad. Voor welke perioden zijn deze typeringen geldig? En in hoeverre zijn ze geldig? G.J. Mentink, oud-archivaris, licht zijn voorkeuren toe en is benieuwd naar de visie van de toehoorders.
vrijdag 27 februari 2004: Arnhemse woonhuizen, te kust, te keur, te koop, door A.G. Schulte, erelid van Prodesse
Het Presickhaeffs Huys in de Kerkstraat is een van de oudste monumenten in de stad. Het loont de moeite om eens te zien hoe men in Arnhem in heden en verleden met dit en andere woonhuizen is omgegaan. Het levert een opwindend en soms onthutsend verhaal op over nog bestaande en over helaas gesloopte monumentale huizen.
vrijdag 26 maart 2004: Forten en vestigingen op de splitsing van de Rijn en Waal, door G.B. Janssen
Een voordracht met dia's over de defensieve betekenis van de forten bij de splitsing van de grote rivieren, misschien al in de tijd van de Romeinen, maar zeker in de Tachrigjarige Oorlog en daarna.
vrijdag 23 april 2004: Jaarvergadering
De jaarvergadering is opgeluisterd met enige korte lezingen.
vrijdag 24 september 2004: 's-Hertogenbosch: OUD en NIEUW, door Marius van den Wildenberg, architect te 's-Hertogenbosch
De stad als bruisend organisme heeft door de eeuwen heen vele veranderingen en aanpassingen doorgemaakt. Men kan de stad zien als de materiële neerslag van het maatschappelijk leven.
Op dit moment is de maatschappij individualistisch gericht. Het collectieve van de stad is verdrongen door korte termijn denken. In het hierdoor ontstane spanningsveld tussen oud en nieuw wordt momenteel vluchtig en oppervlakkig gereageerd; de stad en haar architectuur wordt nu vooral als een consumptief goed benaderd.
Aan de hand van een aantal gerealiseerde voorbeelden in 's-Hertogenbosch gaan we op zoek naar een positiebepaling tegenover dit verschijnsel in de stedenbouw.
Deze lezing was tevens een voorbereiding op de excursie van vrijdag 15 oktober naar 's-Hertogenbosch, alwaar de genoemde verschijnselen concreet aanschouwd kunnen worden.
vrijdag 22 oktober 2004: Gesloten wegens bewoning. Arnhemse oorlogsevacués in het Openluchtmuseum, september 1944 – januari 1945, door dr. A. de Jong, medewerker Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem
Op 17 september 1944 begon de slag om Arnhem. Een gevolg voor de bevolking is dat de Duitse autoriteiten het bevel gaven de stad te ontruimen. Ongeveer 600 Arnhemmers blijven dicht bij huis en kiezen het Openluchtmuseum als tijdelijke verblijfplaats; dat valt net buiten het te evacueren gebied. Een deel van hen trotseert de ongemakken van de koude en tochtige huisvesting tot begin januari 1945. Het merendeel moet echter na een razzia op 3 november 1944 op last van de Duitsers vertrekken om alsnog op een evacuatieadres veel verder weg van huis het eind van de oorlog af te wachten.
De periode van eind september 1944 tot begin januari 1945 is een van de meest merkwaardige uit de geschiedenis van het Nederlands Openluchtmuseum. Gedurende deze drie maanden is het lot van het museum nauw verbonden geweest met deze 600 Arnhemmers. De bizarre situatie deed zich namelijk voor dat gebouwen, die voorheen elders vele generaties onderdak hadden geboden, na hun overplaatsing naar het museum nu nog een keer opnieuw bewoond zijn geweest. Het Openluchtmuseum huisvestte zo enige tijd een levende gemeenschap.
De lezing ging over het leven van de evacués in het Openluchtmuseum en de razzia van 3 november 1944, die over deze periode een zware schaduw gelegd heeft.
vrijdag 26 november 2004: Het weekblad Janus in 1787, door dr. Pieter van Wissing, bestuurslid van Prodesse Conamur
Het satirische politiek-literaire weekblad Janus verscheen gedurende de eerste acht maanden van 1787, midden in de Patriottentijd. Het was een van de vele bladen die in die tijd opkwamen. De opkomst van de politieke pers in Nederland na 1780 kan verklaard worden door de vrij plotseling ontstane en over het hele land vertakte oppositiebeweging van zogenoemde Patriotten, gestimuleerd door het debacle van de vierde Engelse Oorlog tussen 1780 en 1784. In enkele jaren tijds werd Nederland gepolitiseerd.
Pieter van Wissing, die jarenlang onderzoek deed naar het blad, schetste aan de hand van Janus een beeld van de politieke pers in die tijd.
vrijdag 28 januari 2005: De Oosterbeekse schildersschool, door A. Mansveldt, Doetinchem
De Oosterbeekse school is de naam voor de schilderskolonie die zich zo'n 150 jaar geleden in die streek vestigde. Ze kozen naar het voorbeeld van het Franse Barbizon voor het 'plein air' schilderen.
Een tweede generatie landschapschilders ontstond door oprichting van Pictura Veluvensis in 1902.
De lezing belicht de interessante geschiedenis van deze ontwikkeling binnen de schilderkunst van de negentiende eeuw.
vrijdag 25 februari 2005: 'Trotse kastelen en lichtende hallen', Arnhemse architectuur van electriciteitsbedrijven, door Jan Vredenberg, Velp
Met de komst van de elektriciteitsvoorziening rond 1890 begon een nieuwe fase in de industrialisatie. Architectonische respresentatie was voor bedrijven van grote betekenins: de centrales werden opgeworpen als burchten en kathedralen van de elektriciteit.
Arnhem was met de laboratoria en kantoren van de KEMA het centrum van de elektriciteitswereld. In de lezing wordt een beeld geschetst van de architectuur van elektriciteitsbedrijven tot 1960.
vrijdag 18 maart 2005: Lichtvoetig door de geschiedenis van Kleef, door W.F.W.M. van Heugten, Duiven
Ofschoon het Kleefsland staatskundig nooit tot de Nederlanden behoord, zijn er altijd op cultureel gebied intensieve banden met Gedlerland geweest. Aan de hand van dia's wordt een lichtvoetige tocht gemaakt langs plaatsen in het Kleefsland die daarin een speicale rol hebben gespeeld.
Deze lezing dient tevens als voorbereiding op de excursie van onze historische vereniging naar Kleef in mei 2005.
vrijdag 6 oktober 2005: Dwalen over de Velperweg, 1600-1800 , door M.R. Potjer, Arnhem
Van Geelkerken maakte in 1643 een kaart van Monnikhuizen en omgeving. Bestudering van deze kaart en van de bronnen die iets meer vertellen over de bewoners en eigenaren die er huisden is niet altijd makkelijk. Wel gemakkelijk is het om hier fouten te maken en de weg kwijt te raken. Een aantal van die foute interpretaties worden uit de doeken gedaan, tot lering en vermaak, waarbij 'en passant' enige bekende en veel onbekende feiten uit Arnhems verleden worden meegenomen.
vrijdag 28 oktober 2005, Dwalen over de Velperweg, 1600-1800 (vervolg), door M.R. Potjer, Arnhem
vrijdag 25 november 2005, De Nieuwe Stad van Arnhem in de Middeleeuwen, door R.M.C. Wientjes, Arnhem
De oudste sporen van gebouwen die door archeologen in het Musiskwartier werden opgegraven dateren uit de negende eeuw. Er zijn ook bodemsporen gevonden van nog oudere bewoning daar in de buurt. De nederzetting had hoofdzakelijk een agrarisch karakter en verdwijnt in de loop van de dertiende eeuw op een enkel "spieker" na geheel uit beeld. Dit is juist de tijd dat er in noordwest Europa een revolutie plaatsvindt in de exploitatie van het grootgrondbezit van de hoge adel en de grote abdijen. Het domaniale stelsel met zijn directe leveringen in natura wordt in ras tempo vervangen door het pachtstelsel, waarbij geld een veel grotere rol speelt. We hebben bij de aanleg van de Betuwelijn al kunnen constateren dat dit grote gevolgen had voor de agrarische nederzettingen in de buurt van Tiel.
In het Musiskwartier lag de grond vanaf circa 1250 langer dan een eeuw min of meer braak, hoewel het in die tijd al binnen de muren van Arnhem was komen te liggen. Ongeveer vanaf 1380 vond daar een systematische stadsaanleg plaats, in nauwe samenwerking tussen de stad Arnhem en de hertog van Gelre. Er ontstond een Nieuwe Stad die voor een belangrijk deel bevolkt werd door lieden van buiten. Brouwers en leerlooiers/ schoenmakers vormden de belangrijkste beroepsgroepen die er eeuwenlang actief waren.