|









|
De
Prodesseprijs is een initiatief van Prodesse Conamur.
Jaarlijks vindt de verkiezing plaats
van de beste bijdrage aan de lokale geschiedenis van Arnhem door
leerlingen uit het voortgezet onderwijs. Zij kunnen de prijs winnen met
een werkstuk dat ze voor hun school maakten. Er zijn twee prijzen, die
samen € 500 waard zijn.
Prodesse
Conamur hoopt door de prijsvraag de belangstelling voor de Arnhemse
geschiedenis onder scholieren te vergroten. De keuze van de onderwerpen
is vrij. Het kan gaan om politieke of economische gebeurtenissen of
ontwikkelingen, om de verandering van het landschap of de
stadsuitbreiding, om literaire hoogtepunten, een Arnhemse auteur,
veranderingen in het stadsdialect, het Ernems, etc.
Prodesseprijs 2009
Maandag 22 juni zijn in de Schepenzaal van het Duivelshuis de Prodesseprijzen
2009 voor Arnhemse geschiedenis uitgereikt door wethouder Willem
Hoeffnagel.
In de categorie Onderbouw ging de prijs van € 100 naar Xue
Yuen Ma, een Chinese leerling van 16 jaar oud aan de International School van de Lorentz
Scholengemeenschap. Zij schreef een Engelstalig opstel over de vraag of
de Poolse generaal Sosabowski tijdens de operatie Market Garden in
september 1944 zijn geringe inbreng in de operatie rond de brug te
wijten had aan zijn gebrekkige communicatie met zijn Engelse
mede-officieren. Volgens Xue was dat inderdaad zo: zijn sociale
vaardigheden waren gebrekkig volgens haar, maar zijn militaire
inzichten hadden een betere behandeling verdiend dan ze destijds
gekregen hebben van de Engelse commandanten.
Een eervolle vermelding was er voor Gerbrand Holland, uit de tweede
klas van het Stedelijk Gymnasium, voor zijn werkstuk over het ontstaan
van de Akzo.
In de categorie Bovenbouw is de prijs van € 400
verdeeld over twee werkstukken, respectievelijk van Michelle Brouwer,
vijfde klas Havo van het Rhedens uit Velp en Rob van Wijk, zesde klas
Stedelijk Gymnasium. Michelle schreef een levendige krant over
verleden, heden en toekomst van Vliegveld Deelen,
geïllustreerd met veel fraai fotomateriaal. Rob deed onderzoek
naar het lot van Arnhemse joden in de Philips-vestiging in kamp Vught
tijdens de Tweede Wereldoorlog. Rob voerde zijn onderzoek onder andere
uit op het NIOD, het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, in
Amsterdam.
De ingezonden werkstukken zijn beoordeeld door een jury bestaande uit
Bob Roelofs, griffier van de Provinciale Staten, Menno Potjer, bekend
lokaal historicus en Klaas Schreuder, neerlandicus. Wethouder
Hoeffnagel sprak zijn voldoening uit over de getoonde belangstelling
voor het lokale verleden bij deze scholieren. De redactie van Arnhem de
Genoeglijkste, het tijdschrift van Prodesse Conamur, heeft aangekondigd
publicatie van een van de bekroonde werkstukken te overwegen.
Poortersprijs 2008
door
Klaas Schreuder
De jaarlijkse bijeenkomsten in
het stadhuis zo rond de 20ste
juni waarop de Poortersprijzen worden uitgereikt,
zijn prettige en opgewekte evenementen. Er
zijn zenuwachtige scholieren die werkstukken hebben ingezonden, er zijn
drukke
medescholieren, ouders en vrienden, er zijn belangstellende leden van
de
organiserende genootschappen het Poortersgilde en
Prodesse Conamur en er is een zekere spanning
over de uitslag van de prijsvraag. Je kunt een drankje nemen en buiten
schijnt
de zon. Wel hangt altijd de vraag in de lucht waarom er niet
méér werkstukken
voor de prijsvraag zijn ingestuurd. Ook dit jaar moesten de aanwezigen
op de
feestelijke prijsuitreiking op 18 juni in de Burgerzaal van het
Stadhuis zich
vooral te goed doen aan de kwaliteit van de inzendingen. Maar die
kwaliteit was
dan ook uitstekend.
De voorbereiding op de uitreiking
Vóór de
wethouder van cultuur, de heer Willem
Hoeffnagel, de prijzen aan de winnaars
kon overhandigen, werd hij eerst zelf op de proef gesteld door Bob
Roelofs, de
voorzitter van de jury. Bob ondervroeg de wethouder voor de microfoon
over zijn
kennis van de geschiedenis en zijn favoriete geschiedenisonderwerpen.
Hoeffnagel antwoordde vlot: hij komt uit Scheveningen, kent van huis
uit de
Haagse geschiedenis beter dan de Arnhemse, die hij op latere leeftijd
als
importarnhemmer wel een beetje bestudeerd heeft, ook voor zijn werk.
Hij wist
een paar detailvragen van Bob over het driemanschap van 1813, over Van
Limburg
Stirum en de aankomst van Willem 1 in
Scheveningen in 1813 vlot te beantwoorden, kortom Bob
vond dat hij geslaagd was voor deze korte repetitie. Bob gaf overigens
de
microfoon nog niet uit handen, ook niet aan Paul Aalbers die als
voorzitter van
Prodesse Conamur kort iets mocht vertellen over het Genootschap en
tevergeefs
probeerde daarbij de microfoon te grijpen.
K.P.C.de Bazel en Arnhem, door
Hilal Dogan, klas 4 Stedelijk Gymnasium,
docent de heer Van den Berg
Bob ondervroeg daarop kort de
drie inzenders, om te beginnen
Hilal Dogan, die een werkstuk heeft gemaakt over het werk van de
architekt De
Bazel in Arnhem. Dat werk bestaat uit drie woonhuizen, aan de
Röellstraat, de
Van Lawick van Pabststraat en de Weg langs het Hazegrietje, en het
vroegere
kantoor van de Heidemij aan de Apeldoornseweg. Het Heidemijkantoor
heeft De
Bazel veel bekendheid gebracht. Het is een gebouw met duidelijk
herkenbare
stijlkenmerken, die ook bij de woonhuizen terugkeren: een harmonische
vlakverdeling, versieringen van de buitenmuren en zorgvuldig
metselwerk. Hilal
bleek heel gemotiveerd voor het maken van dit werkstuk. Zij heeft als
leerling
van de vierde klas op het Stedelijk Gymnasium het werkstuk speciaal
gemaakt
voor de prijsvraag Zij
bezocht en fotografeerde
zelf de vier gebouwen en interviewde de bewoners. Bij de drie
woonhuizen maakte
zij ook een korte bewonersgeschiedenis.
Hilal heeft als bronnen gebruikt: vier boeken over
architektuurgeschiedenis en De Bazel, twee rapporten en een aantal
internetsites.
Slag om Arnhem in 1813 door Paul
van Lunteren, klas 6 vwo Olympuscollege,
docente mevrouw Van Kruysdijk
De Slag om Arnhem is een
bekend begrip, maar niet als het
gaat om het jaartal 1813. Paul van Lunteren heeft daar in zijn
profielwerkstuk
voor het eindexamen vwo verandering in gebracht: hij heeft onderzocht
waarom de
Fransen die op bevel van Napoleon Arnhem bezet hielden, in 1813 de stad
zo lang
en fel verdedigd hebben tegen het Pruisische bevrijdingsleger onder
leiding van
de generaals Von Bülow en Von Oppen. Bij de Rijnpoort is in
november 1813 een
fikse veldslag geleverd met
een paar
duizend doden als gevolg.Die slag zou volgens Bob Roelofs eigenlijk
alsnog een
naam moeten krijgen in de lokale geschiedsschrijving, bijvoorbeeld: de
Slag bij
de Rijnpoort of De Franse Slag.
Paul heeft onder andere onderzocht: Hoe zag Arnhem er toen
uit? Hoe waren de Pruisische en de Franse legers georganiseerd? Hoe
verliep de
geallieerde opmars? Hoe moet je omgaan met bronnen die elkaar
tegenspreken als
het gaat om het verloop van de veldslag bij de Rijnpoort? Pauls
antwoord op
zijn hoofdvraag is: het hardnekkige verzet van de Fransen was een
wanhoopspoging van de Franse officieren om de snelle opmars van de
Pruisen te
stoppen. Het was zeker niet de uitwerking van een duidelijk plan om een
soort
IJssellinie op te zetten, zoals wel is gesuggereerd.
Pauls bronnen waren acht boeken over de Franse tijd en de
herdenkingen plus een aantal internetsites. Hij heeft zelf geen
archiefonderzoek gedaan, maar hij gaat wel goed in op de gepubliceerde
bronnen.
Het werkstuk is goed geschreven als een doorlopend en spannend verhaal.
De uitbreiding en de bouwstijlen
van Arnhem in de
negentiende en de twintigste eeuw, door Jeroen Rutjes, klas 6 vwo,
Olympuscollege, docent de heer Zweers
In dit profielwerkstuk
heeft Jeroen Rutjes voorbeelden bijeengebracht van elf bouwstijlen in
Arnhem,
variërend van het neo-klassicisme (met Musis Sacrum als meest
prominente
voorbeeld) via de Jugendstil en de Art Deco-stijl (Luxortheater) tot de
Nieuwe
Zakelijkheid van de Arnhemse schouwburg. In totaal 22 panden en groepen
panden
passeren de revue. Het is een knappe inventarisatie, met veel aandacht
voor
details en veel zelfgemaakte foto’s.
Die
mooie foto’s doen het ook goed in de Powerpointpresentatie
die Jeroen van het
werkstuk op school gegeven heeft. Deze PPP was na de uitreiking ook te
zien in
het Stadhuis. Wat verder opvalt, is de prachtige grafische vormgeving
van het
werkstuk.
Wat Jeroen volgens de
jury heeft nagelaten is: er een verhaal van te maken en verband te
leggen met
de Arnhemse stadsuitbreiding, die wel in de titel is aangekondigd. Welk
verband
is er tussen bepaalde stijlen en de sociale woningbouw, bijvoorbeeld in
Klarendal? Jeroen had geen tijd meer om er een geheel van te maken.
Jeroen heeft als bronnen
zes boeken gebruikt en een aantal internetsites.
De prijsuitreiking
Na de interessante
interviews met de inzenders en de korte karakterisering van de drie
ingestuurde
werkstukken, kon de wethouder overgaan tot de feitelijke
prijsuitreiking. Hilal
kreeg de prijs van € 100 voor de onderbouw.
De prijs van € 400 voor de bovenbouw was
voor Paul van Lunteren, voor
zijn inspirerend verhaal over de slag bij de Rijnpoort en de bevrijding
van
Arnhem van de Fransen. Prodesse-voorzitter Paul Aalbers kon zijn
naamgenoot
alvast toezeggen, dat hij
zijn werkstuk
kan bewerken tot een artikel voor het tijdschrift Arnhem de
Genoeglijkste. De
wethouder kon Jeroen Rutjes een aantal boeken
cadeau doen als een tweede prijs voor de bovenbouw,
waaronder de Canon
van Arnhem door Jan de Vries en Bob Roelofs.
Conclusie
De Poortersprijs heeft
als belangrijkste doel: het bestuderen van de lokale geschiedenis onder
middelbare scholieren bevorderen.
Heeft de prijsvraag in
2008 aan zijn doel beantwoord?
Jazeker. Ik vond de
ingediende werkstukken zo goed, dat de kwaliteit zonder meer opweegt
tegen de
inspanningen die het kost om de prijs te organiseren. Die organisatie
is na zes
keer routine geworden, die wel elk jaar opnieuw terdege bekeken moet
worden op
mogelijke verbetering, maar die betrekkelijk weinig inspanning kost. De
tijdige
aanschrijving van de scholen, direct aan het begin van het schooljaar,
blijft
het belangrijkste aandachtspunt. Wij
hebben nu al de toezegging van docenten aan het
Arentheemcollege, het Stedelijk Gymnasium, het
Olympuscollege en het
Lorentz College, dat zij in september 2008 de leerlingen in hun klassen
op de
prijsvraag zullen wijzen.
Verder hebben Radio
Arnhem en de
Gelderlander aandacht aan
de prijsvraag en de uitreiking gegeven. Dat komt ook de twee
organiserende
verenigingen ten goede..
En de gewenste
kwantitatieve verbetering? Dat blijft onze hoop voor het volgende jaar.
De
Poortersprijs is tenslotte ook een pedagogische onderneming. En de
belangrijkste eigenschap van elk pedagogisch fenomeen is: geen
garantie, maar
hoop voor de toekomst.
Poortersprijs
in voorgaande jaren
2007
De prijs
in de categorie bovenbouw ging naar Frank van Wijk uit Zevenaar, een
zesdeklasser van het Stedelijk Gymnasium. Het bijzondere hiervan is dat
hij op school een natuurwetenschappelijk profiel (vakkenpakket) heeft
gekozen en toch een profielwerkstuk over een historisch onderwerp
gemaakt heeft. De originele probleemstelling leidde hem, naast
bestudering van wetenschappelijke literatuur over de geschiedenis der
natuurwetenschappen, ook tot eigen intensief onderzoek in de archieven.
De prijs
in de categorie onderbouw gingnaar een werkstuk over
collaboratie en verzet, gemaakt door Michiel Schwirtz en Tim
Everaars. De jury roemde de heldere opbouw: welke soorten collaboratie
bestonden er en wat voor soorten verzet? Ook werd er aandacht
geschonken aan het verzet in Arnhem in 1944, bijvoorbeeld van de
groep-De Kruif. Een sterk punt was verder de actualisering van het
thema: hoe kan men lessen uit de geschiedenis toepassen op de wereld
van nu. Goed gekozen muziek, die het inleven en beleven stimuleerde en
een goede bronvermelding gaven dit werkstuk extra cachet.
2006
De
eerste prijs in de categorie profielwerkstukken zijn geworden Marinka
Graham en Martine Meijerink van het Lorentz College, havo 5,
voor hun werkstuk De Slag om Arnhem. Voor dit werkstuk hebben beide
leerlingen veel boeken gelezen, twee veteranen geinterviewd en oude
foto's bekeken. Ook hadden zij per e-mail contact met een Britse
soldaat die in Irak gevochten heeft, zodat zij een indruk kregen hoe
het soldatenleven tegenwoordig is. De inhoud biedt niet veel nieuws
maar is wel gedegen: literatuur, bronnen en actualisering. Wat dit
werkstuk echt bijzonder maakt, is de presentatie. Beide leerlingen
geven mbv een PowerPoint presentatie een rondleiding langs de Freedom
Trail. Omdat ze dit in uniform deden en zich verplaatsten met een oude
legerjeep wisten ze de aandacht te trekken van de media.
De
tweede prijs ging naar Patricia Budel, Eva Holzken en Marloes Kemperman
van het Olympus College, havo 5, voor hun werkstuk over De stadsuitleg
van Arnhem.
In de
categorie onderbouw werd de eerste prijs gewonnen door Linda Kokke,
Laura Wools en Tessa van Heumen, van het Stedelijk Gymnasium, klas 3,
met een werkstuk over het Thorbecke Lyceum, en de tweede prijs door
Dorien Craner en Rozemarijn van Spaendonck, eveneens van het Stedelijk
Gymnasium, klas 3, over de vrijzinnige hervormde kerk.
2005
De eerste prijs
werd in 2005 verdeeld tussen M. Mollema en B. Siebenheller van het
Olympus Colleg voor hun werkstuk over Huissen in de Kleefse periode,
1242-1609. en M. Nelissen en M. Wieldraaier van het Arentheem College,
die een scriptie hebben gesschreven over de geschiedenis van het
Luxortheater in Arnhem. Aanmoedigingsprijzen waren er voor Ramazan
Atalikyayi en Youp Kruijsdijk van het Arentheem College, en de klassen
4c en 4d van het Stedelijk Gymnasium.
2004
De
prijzen zijn dit jaar verdeeld onder vier groepen leerlingen van het
Stedelijk Gymnasium, die alle de geschiedenis van een bijzonder huis in
het Spijkerkwartier hebben onderzocht.
2003
De
eerste prijs werd dit jaar gewonnen door Myriam de Koning en Hanneke
Voorthuizen van het Arentheem College, voor hun Powerpoint-presentatie
over de Geschiedenis van Arnhem en zijn monumenten.
2002
De
eerste prijs van 2002 is gewonnen door Emilie den Tonkelaar van het
Stedelijk Gymnasium, voor een scriptie over de geschiedenis van Kasteel
Rosendaal. Alexander Hulsman, Esther Dietker, Nirvana Kornmann en
Hedwig Wösten kregen een aanmoedigingsprijs.
|

Burgemeester Krikke reikt de Poortersprijs 2005 uit
aan de winnaars. Foto: Hans Wildenberg
|