Lezingenarchief

 2017

27-1-2017 Hervormden in Arnhem
Dit jaar is het 200 jaar geleden dat de Nederlandse Hervormde Kerk ontstond. Het was in omvang de grootste en daardoor meest bekende kerk van alle protestantse kerken. Over de hervormde kerk van Arnhem verscheen in juni 2016 het boek Hervormd Arnhem [1816-1998]. De lezing door de auteur van dit boek, Paul van Lunteren (historicus), is gebaseerd op zijn onderzoek voor dit boek. Verschillende aspecten zullen naar voren worden gebracht. Wist u bijvoorbeeld dat twee Arnhemse predikanten betrokken waren bij de strijd om de Grebbeberg? En dat de Koepelkerk officieel nog steeds St.-Janskerk heet? Paul duikt deze avond in de geschiedenis van onze plaatselijke hervormde kerk.

24-2-2017 Vitesse als vertegenwoordiger van de stad Arnhem, ”Onder de lief’lijke kleur blauw-wit’: Vitesse als vertegenwoordiger van de stad Arnhem
Vanaf het einde van de negentiende eeuw komt het voetbal op in Nederland. Iets later beoefent men in elke uithoek van het land de sport. De verschillende zuilen, klassen en regio’s richten ieder hun eigen verenigingen op. Maar wat betekent dit eigenlijk? Leggen de vele wedstrijden en de onderlinge concurrentie de verdeeldheid binnen de Nederlandse maatschappij bloot? En hoe wordt een club eigenlijk de volmaakte vertegenwoordiger van een zuil, een klasse, of een stad?
Jelle Zondag en Jon Verriet, die zijn verbonden aan de Radboud Universiteit, proberen een antwoord te formuleren.

31-3-2017 Van “De Leggende Hen op Heijenoord” tot in de Tweede Kamer. Over het verenigingsleven in de politiek
De Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) was een politiek experiment. Bij haar oprichting in 1894 hadden de meeste leden geen stemrecht, de leiders geen politieke ervaring en stond de organisatievorm nog in de kinderschoenen. Wie lid werd, zette bovendien zijn geld, goede naam en baan op het spel. Waarom zou iemand dat doen? Was ideologische overtuiging reden genoeg om aansluiting te zoeken bij de sociaaldemocraten, of speelde er meer?
In deze lezing laat Adriaan van Veldhuizen zien wat het betekende om partijlid te zijn en welke keuzes daaraan ten grondslag lagen. Voor veel leden was het partijleven een voortzetting van het kleinschalige verenigingsleven dat ze al kenden, niet het resultaat van een radicale keuze voor iets nieuws. De partij zorgde voor gezelligheid in de eigen buurt, maar ook voor sociale netwerken op nationaal en zelfs internationaal niveau. Dat was in Arnhem niet anders dan in andere Nederlandse steden. De Arnhemse sociaaldemocraten kenden elkaar vaak al jaren en hadden er al een opmerkelijke geschiedenis op zitten voordat zij zich in augustus 1894 als één van eerste verenigingen aansloten bij de pas opgerichte SDAP. In deze lezing wordt duidelijk hoe dat vroege Arnhemse verenigingsleven eruit zag, welke mensen er de hoofdrol in speelden en welke gevolgen dat had voor de ontwikkeling van de eerste afdeling van de SDAP. Daarnaast wordt een beeld geschetst van de verschillen tussen de landelijke partij en de Arnhemmers in het bijzonder.
Dr. A.P. (Adriaan) van Veldhuizen werkt bij de afdeling geschiedenis van de universiteit Leiden.

28-4-2017  Prodesse 225 jaar: wat deden we de na 1992?
Na de Algemene Ledenvergadering wordt er stilgestaan bij (2)25 jaar Prodesse. Omdat het prachtige boek dat verscheen bij het 200 jarig bestaan : Arnhems Historisch Genootschap Prodesse Conamur 1792-1992; overal lieten zij hun sporen na (redactie A.G. Schulte, Walburg pers) nog steeds verkrijgbaar is, kiezen we om stil te staan bij de laatste 25 jaar van de vereniging. Meet Becker houdt de presentatie.

29-9-2017 Een oorlog, twee steden: Arnhem en Nijmegen tussen 1940-1943
Arnhem en Nijmegen liggen zo’n twintig kilometer van elkaar vandaan. Een wereld van verschil volgens chauvinistische inwoners, terwijl anderen juist de nodige overeenkomsten tussen de twee grootste Gelderse steden zien. Wat beide plaatsen in ieder geval delen is een bewogen oorlogsverleden. Zowel Nijmegen als Arnhem behoren tot de zwaarst door de Tweede Wereldoorlog getroffen steden van Nederland, met name ten gevolge van gevechtshandelingen in 1944. Lennert Savenije zal in zijn lezing ingaan op de periode 1940-1943 en vertellen over de overeenkomsten, contacten en verschillen die er toen tussen Arnhem en Nijmegen bestonden. De lokale NSB en de verzetsbeweging zullen hierbij in het bijzonder aan het bod komen.
Lennert Savenije is promovendus bij de leerstoelgroep politieke geschiedenis van de Radboud Universiteit.

2016

29 januari 2016 – Johannes Fontanus, een Gelders predikant in dienst van de orthodoxie.
Liefst 37 jaar was Johannes Fontanus (1545-1615), afkomstig uit het hertogdom Gulik, een toonaangevend predikant in Arnhem. Nog altijd geldt hij als ‘de reformator’ van Gelderland. Niet alleen wilde hij de ‘ware gereformeerde religie’ vestigen, maar ook moesten dagelijks leven en openbare orde, naar zijn overtuiging, op basis van orthodox gereformeerde opvattingen en leefregels worden gedisciplineerd. Daarbij stond hem een netwerk van gelijkgezinden ten dienste, waartoe ook graaf Jan van Nassau-Dillenburg behoorde.
Fontanus, hoe streng gelovig ook, had als predikant en zielzorger oog voor de leer én het leven. De leer was en bleef streng, de praktijk van het leven noopte hem meer dan eens tot een zekere mildheid. Van huis uit niet onbemiddeld, kon hij zich ten opzichte van bestuurlijke instanties eigen initiatieven veroorloven. Uit de achterhaalde correspondentie en uit kerkelijke acta treedt deze ongemoedelijke ‘Rijnlander’ naar voren als een onophoudelijk ijveraar voor de gereformeerde kerken. Fontanus gruwde van elke vorm van libertinisme en streed tot zijn dood tegen de toenemende invloed van remonstranten. De ‘glorie van Dordt’ (1618/1619) heeft hij echter niet meer mogen smaken.
Over leven en werken van Fontanus is onlangs een boek verschenen van de hand van A.E.M. Janssen en Kosterus G. van Manen. Zij zijn ook degenen die op vrijdag 29 januari voor Prodesse de lezing verzorgen.

 

26 februari 2016 – Hoge hoeden, vele petten. Het sociale netwerk van de Arnhemse burgerij, 1880-1940
Arnhem kende in de periode 1880-1940 een groeiend aantal verenigingen, organisaties en instellingen een breed scala aan maatschappelijke en culturele doelen nastreefden. Zo waren er instellingen die het lot van min- en onvermogenden probeerden te verlichten, organisaties om ziekten te bestrijden of ziekteleed te verminderen en verenigingen om mensen die op het verkeerde pad waren terecht gekomen op het goede spoor te brengen. En dan waren er ook nog sportverenigingen, muziekverenigingen, culturele verenigingen, vrouwenverenigingen en gezelligheidsverenigingen. Aan de lijst van organisaties en verenigingen lijkt geen einde te komen.
De bestuursleden van deze instellingen behoorden veelal tot de Arnhemse burgerij. In hun nevenfuncties ontmoetten ze min of meer gelijkgestemde en gelijkvermogende zielen die, net als zij, naast hun betaalde werkzaamheden nevenfuncties vervulden in allerlei besturen, commissies, regentencolleges en wat dies meer zij. Daarmee creëerden ze – onbewust – twee netwerken: een netwerk van dames en heren die elkaar in die besturen en commissies ontmoetten, èn een netwerk van verenigingen en instellingen die, doordat meerdere personen in meerdere instellingen bestuursfuncties vervulden, door personele banden met elkaar vervlochten waren. Onno Boonstra, verbonden aan de afdeling Geschiedenis van de Radboud Universiteit, heeft beide netwerken onderzocht en vertelt over de resultaten die dat onderzoek heeft opgeleverd.

18 maart 2016 – de Drie Gasthuizen

Vanaf 1 mei 2015 is het Sint Peters Gasthuis aan de Rijnstraat nr. 71 het hoofdkantoor van de DrieGasthuizenGroep. Het bestuur en het klantcontactcentrum zijn er gevestigd. Daarmee wordt het pand weer (deels) gebruikt waarvoor het ooit bestemd was. Het is immers een voormalig gasthuis.
Gebouwd rond 1354 diende het in de eerste jaren als munthuis en woonhuis. In 1380/83 is het pand aangekocht door Johan Wolterszoon van Arnhem. Op grond van een bepaling in het testament van de eigenaar Johan Wolterszoon van Arnhem is het vervolgens in 1407 in gebruik genomen als gasthuis.
Het Sint Peters Gasthuis was één van de drie gasthuizen die in Arnhem in die tijd bestonden. De andere waren het Sint Catharinae Gasthuis in de Bakkerstraat en de Beekstraat en het Sint Antonie Gasthuis buiten de Velperpoort.
Gerard Helsen, in zijn werkzame leven hoofd financiële dienst van de DrieGasthuizenGroep, nu gids van ’t Gilde Stadswandelingen, heeft veel kennis vergaard over die drie gasthuizen in het verleden en het heden. Hij zal ons meenemen door hun geschiedenis.

 

september 2016 De vergeten strijd om Arnhem Zuid, door Frank van Lunteren

In september 2016 is het ruim zeventig jaar geleden dat de Slag om Arnhem plaatsvond. Het verhaal van de parachutisten van luitenant-kolonel John Frost en de burgers ten noorden van de verkeersbrug heeft veel aandacht gehad in de naoorlogse literatuur.

De betrokkenheid bij deze strijd ten zuiden van de Rijnbrug is daarbij lange tijd onderbelicht gebleven. Wat gebeurde er precies in Arnhem-Zuid tijdens de gevechten rondom de brug? Welke rol speelden de Duitsers aan de zuidzijde van de Rijn? Welke gevolgen had dit voor de burgerbevolking? Historicus Frank van Lunteren neemt u tijdens deze lezing mee naar de slag en gebeurtenissen van september 1944 in het zuidelijk stadsdeel, en de daaropvolgende evacuatie.

 

 

28 oktober 2016. de Kleefse enclaves in Gelderland.

In 2016 was een deel van het huidige Gelderland 200 jaar Nederlands. Het gaat daarbij om gebied dat meestal al vanaf de Middeleeuwen bezit was van de hertogen van Kleef en in de zeventiende en achttiende eeuw van de keurvorsten van Brandenburg en koningen van Pruisen. In de Betuwe gaat het om de stad Huissen, in de Liemers om de stad Zevenaar en de dorpen Oud-Zevenaar, Duiven, Groessen, Loo en Wehl. Eeuwenlang vormden zij enclaves in Gelders gebied. Vanaf 1795 begon er overleg tussen Nederland, Pruisen en Frankrijk over een mogelijke overdracht, maar het duurde tot 1816 vóór het gebied daadwerkelijk Nederlands werd. In de tussentijd wisselden de plaatsen zesmaal van eigenaar. Pas tijdens het Wener Congres werd vastgesteld wat hun toekomst zou zijn en op 1 juni 1816 nam de gouverneur van Gelderland, baron J.C.E. van Lynden, ze namens koning Willem I in bezit. Negen maanden later volgde nog een kleinere grenscorrectie. Daarbij werden op 1 maart 1817 Lobith, Hulhuizen, Kekerdom en Leuth met nog wat waarden langs de Rijn Nederlands. Schenkenschans, Leegmeer en Klein Netterden werden toen juist Pruisisch. Emile Smit, historicus van betekenis uit Huissen, ging in op de grensveranderingen in de regio.

 

Op 25 november was er het De Kempenaer tafelgesprek.

Een groot deel van de auteurs van 200 Jaar De Kempenaer, advocaten in Arnhem, verzamelden zich voor een tafelgesprek over het boek. Vanuit het onderzoek dat ze gedaan hebben en de resultaten die dat heeft opgeleverd, probeerden ze samen tot een antwoord te komen op vragen als:

  • Heb je iets bijzonders gevonden, of ben je iets nieuws tegengekomen?
  • Waarom kwam JM de Kempenaer uitgerekend naar Arnhem, en waarom zijn de daaropvolgende generaties daar blijven werken?
  • Is er een rode draad te bespeuren in de maatschappelijke betrokkenheid van de advocaten De Kempenaer?
  • Zijn er zaken, die het daglicht niet konden verdragen, onder de tafel geveegd?
  • Wat was de bijdrage van de advocaten De Kempenaer aan de ontwikkeling van Arnhem?
  • Waren de advocaten De Kempenaer nu liberaal of conservatief?

Tevens kregen de leden van Prodesse, die zich hebben ingetekend voor de aanschaf van het boek met een korting van 7,50 euro, die avond het boek uitgereikt.

 

 

Zondagmiddag 27 november 2016 De Canon van de Geschiedenis en het Openluchtmuseum. (Nijhoff lezing). Spreker was Dr. Willem Bijleveld, directeur van het Nederlands Openluchtmuseum. Hij ging in op de Canon van Nederland en de veranderingen die dat voor het Openluchtmuseum met zich mee brengt.

 

2015

Op 30 januari 2015 sprak Ton Burgers over Arnhem en de grote rivieren. De loop van de Nederlandse rivieren is grotendeels gevormd door de Nederlanders. Driehonderd jaar geleden waren de rivieren breed en ondiep met zandbanken en platen. Men sprak van ‘bedorven’ rivieren. Ze bevroren regelmatig en er ontstonden ijsdammen. Iedere paar jaar braken de dijken. Om deze rivieren beter te controleren en overstromingen tegen te gaan, werd er flink ingegrepen in het landschap. Dat was allereerst het geval in het gebied van de bovenrivieren en Arnhem speelde daarin een belangrijke rol als stad aan de Rijn. Want rond 1700 was de Rijn een zeer problematische rivier. De provincies Gelderland en Overijssel drongen aan op een betere verbinding van de Neder-Rijn met de Bovenrijn. Holland was daar op tegen, maar ook het Gelderse Nijmegen. Uiteindelijk werd in 1707 – na vele conferenties in Arnhem – het Pannerdensch Kanaal gegraven. Daarmee waren de problemen echter niet opgelost. Nog in 1995, toen iedereen dacht dat we veilig waren, kwam er een geweldig hoogwater de Rijn afzakken en werden 200.000 mensen geëvacueerd. Het uiteindelijke antwoord voor deze problematiek werd het programma Ruimte voor de Rivier, waarvoor ook bij Arnhem de nodige ingrepen worden gedaan in Neder-Rijn en IJssel.
Na de lezing is er de mogelijkheid om het boek van Ton Burgers Nederlands grote rivieren. Drie eeuwen strijd tegen overstromingen te kopen. Het boek kost € 40.

 

27 februari 2015 was het de beurt aan Jeroen Glissenaar (parkbeheerder Park Sonsbeek): Achtergrond en ontwikkeling van Park Sonsbeek. Park Sonsbeek kent een rijke geschiedenis als landgoed – zowel qua landhuis als unieke vegetatie. Parkbeheerder Jeroen Glissenaar vertelt ons over de achtergrond en ontwikkeling van dit ‘groene stadshart’ van Arnhem, dat al vele decennia een plek is waar Arnhemmers graag vertoeven. De Grote Weide, de Witte Villa en de ijskelder zullen onder meer nader worden toegelicht. En waar kan dat nu beter dan in de Molenplaats?

 

Dr. Marjet Derks hield op 27 maart 2015 de lezing “Van nationaal sportcentrum tot topsportfabriek. Een geschiedenis van Papendal als plaats van sportherinnering”. 7 mei 1971 geldt als ‘een heuglijke dag voor de Nederlandse sport’: prinses Beatrix verrichtte toen de officiële opening van Nationaal Sportcentrum Papendal. De feestelijkheden sloten een lange aanloopfase af. Al begin 1959 waren de eerste plannen voor zo’n centrum geopperd door de Nederlandse Sport Federatie (NSF). De steun van de gemeente Arnhem en de Gelderse Provinciale Staten bleek cruciaal. Door de verkoop van 93,5 ha in het vroegere Papendalse veld (waarvan in 1791 nog werd vermeld dat het, anderhalf uur gaans van Arnhem, heidegebied was waarop twee boerderijen stonden) kon dit centrum gerealiseerd worden. In 1965 werd het terrein uitgebreid tot 123 ha. In de loop van de geschiedenis heeft Papendal als centrale plek voor de Nederlandse sport enkele belangrijke gedaantewisselingen ondergaan. Wat begon vanuit de gedachte aan een breed centrum waar alle bij de NSF aangesloten bonden iets bij te winnen hadden, ontwikkelde het zich steeds meer tot topsportfabriek voor Olympische en Paralympische sporters onder auspiciën van NOC*NSF. In de lezing worden enkele memorabele stappen in die ontwikkeling belicht.

 

Na afloop van de Algemene Ledenvergadering op 24 april 2015 sprak Martijn Defilet voer de archeologische ontwikkeling van de wijk Schuytgraaf. Het is alweer 10 jaar geleden dat de opgravingen in Schuytgraaf werden afgerond. Daarna is hard aan de wetenschappelijke rapportage gewerkt; deze zal in 2015 gereed komen. In de lezing wordt ingegaan op de resultaten van het onderzoek, van het aantreffen van een IJzertijdmonument uit 800-500 v. Chr. tot en met de Tweede Wereldoorlog/Slag om Arnhem. De Romeinse tijd zal uitgebreid aan bod komen; de Romeinse ‘Schuytgraafbewoning’ wordt tevens in regionaal perspectief geplaatst. Maar met het gereedkomen van het onderzoeksrapport is het hoofdstuk archeologie nog niet afgerond. Er is sprake van groeiende interesse in lokale historie; op steeds meer plekken in Nederland zijn of worden visualisaties gerealiseerd van wat ter plaatse in de bodem is gevonden. Zo ook in Schuytgraaf, waar een stadspark komt dat geïnspireerd is op het lokale verleden. Tijdens de lezing wordt ook aan dit aspect aandacht besteed.

 

25 september 2015 – Ingrid Maan-Eulink, ‘De slag om Arnhem vanuit Duits perspectief’
September is in Arnhem een maand waarin vaak wordt stil gestaan bij de Slag om Arnhem, en dan vooral vanuit geallieerde zijde. Onderzoek naar de Duitse belevenissen in de septemberdagen is nog altijd een gevoelige zaak. Toch durfde Ingrid Maan-Eulink het aan om de verhalen op te tekenen van enkele Duitse veteranen die deelnamen aan de strijd. Het resultaat van haar interviews bundelde ze in mei 2015 in het boek “Weggemoffeld”, waarin een unieke kijk wordt geboden op de Duitse zijde van de slag.
30 oktober – Jan Holwerda, ‘Geschiedenis van de landgoederen Vijverberg en Lichtenbeek’Tot 1650 behoorden deze landgoederen tot het voormalige klooster Mariënborg, maar werden toen apart verkocht. In de 19e eeuw werd het landhuis Lichtenbeek gebouwd, dat in 1942 door onvoorzichtigheid met vuur afbrandde. Landgoed Vijverberg aan de overzijde van de Amsterdamseweg werd later bij landgoed Warnsborn gevoegd. Holwerda neemt ons mee naar een vroeg-landschappelijke wandeling over beide landgoederen met daarbij illustratiemateriaal. Hij publiceerde enige tijd geleden over landgoed Vijverberg in het Arnhems Historisch Tijdschrift.
27 november – Ton Burgers, Vier stations en 170 jaar sporen in Arnhem
De spoorweg Amsterdam-Arnhem-Keulen zou Nederlands antwoord moeten zijn op de verbinding tussen Antwerpen en Keulen. Daardoor werd de lijn van Amsterdam naar Arnhem de tweede in Nederlandse spoorweg. Weliswaar verwierp de Tweede Kamer het wetsvoorstel tot aanleg, maar koning Willem I accepteerde die afwijzing niet en besloot de lijn aan te leggen. Hij garandeerde zelfs de betaling van de rente op de lening. Omdat de lijn een fiasco dreigde te worden, wilde zijn zoon, koning Willem II, af van dat risico. Op de dag van de opening van Arnhems eerste station, in 1845, werd de lijn daarom overgedaan aan een particulier bedrijf, de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij. Pas 10 jaar werd de lijn doorgetrokken naar Keulen.
Nog 10 jaar later werd een spoorlijn naar Zutphen geopend. Die werd geëxploiteerd door een andere maatschappij. Moest daarvoor een apart station worden gebouwd? Dat was toen een vraag en het gemeentebestuur had daar zijn eigen gedachten over. Toch kwam er, in 1869, een nieuw, gemeenschappelijk station, fraai gelegen aan een oplopend plein.
Weer 10 jaar later maakte de gemeenteraad zich grote zorgen over de aanleg van de lijn naar Nijmegen. Die kwam in hun ogen helemaal op de verkeerde plaats. Arnhem zou voorbijgereden worden!
In 1945 werd het Arnhemse station verwoest. Het derde station werd gebouwd. Velen vonden het niks, een ‘popperig gevalletje’. Er kwam een Bestemmingsplan Arnhem Centraal en in 1997 startte de bouw van een complex van werken, waarbij veel mis ging. Arnhems vierde station is nu vrijwel klaar. Een boeiende geschiedenis!
Nijhofflezing van 2015
2014

Op vrijdag 31 januari heeft dr. Elyze Storms van het Gelders Genootschap een lezing verzorgd onder de titel “Familiair bezit in Gelders Arcadië: de buitenplaatsen en landgoederen van regentenfamilie Brantsen”. De familie Brantsen – het meest bekend van de buitenplaatsen Zypendaal en Rhederoord – is een goed voorbeeld van de Arnhemse regentenfamilies die een belangrijke rol speelden in de ontwikkeling van het Gelders Arcadië, de landgoederenzone van de Veluwezoom. In deze lezing zal historisch geograaf dr. Elyze Storms-Smeets, Gelders Genootschap en Rijksuniversiteit Groningen, ingaan op het grootgrondbezit van deze regentenfamilie en de wijze waarop zij het landschap hebben vormgegeven.

 

Op vrijdag 28 februari hield Professor Vaderlandse Geschiedenis Henk te Velde een lezing over de terugkeer van de latere koning Willem I te Scheveningen, het ontstaan van het koninkrijk der Nederlanden en de betekenis daarna in herdenkingen en Koninginnedag, waarbij Arnhem steeds wordt vergeleken met nationale ontwikkelingen tussen 1813-2013. Op de dag dat Prins Willem Frederik op het Scheveningse strand landde in 1813, was het in Arnhem allesbehalve feest. Dat 30 november 1813 voor zulke verschillende zaken staat als een veldslag met veel slachtoffers rond Arnhem en een blijde intocht van de latere koning Willem I in Scheveningen en Den Haag markeert de chaotische situatie in die dagen in Nederland. Napoleon had in Rusland en bij Leipzig verloren en de Pruisen en Russen trokken richting Nederland, maar wat zou dat betekenen voor het land? Gijsbert Karel van Hogendorp riep op 17 november de onafhankelijkheid uit van de Napoleontische overheersing, maar wat leverde het vertrek van de Fransen op: sociale onrust of stabiliteit, terugkeer van Oranje of bestuurlijke continuïteit. In deze lezing wordt dit bijzondere moment in de Nederlandse geschiedenis geplaatst door de voorgeschiedenis ervan te bespreken vanaf de inval van de Fransen in 1795 en de ‘na-geschiedenis’ in de vorm van de herdenkingen die er sindsdien zijn gehouden. Hoe moeten we november 1813 en het jaar dat erop volgde begrijpen? Hoe belangrijk is het geweest en wat moet iedereen er eigenlijk over weten?

 

Op vrijdag 28 maart heeft Corrie de Kool-Verhoog een lezing gehouden over Wijnand Hackfort en het Huis Ter Horst die eeuwenlang met elkaar verbonden zijn geweest. Wijnand Hackfort (1520-1563) was de zoon van Olivier van Hackfort en Christina Ridder. Hij trouwde in 1546 met Aleid Boshoff uit Zutphen. Hij was schepen en burgemeester van Arnhem van 1544-1563, gedeputeerde in 1550 en gerichtsman van de Veluwezoom. In Arnhem woonde hij in de Koningstraat naast het Duivelshuis, dat toen door Maarten van Rossem werd bewoond. Nabij het dorp Loenen kocht Wijnand Hackfort in 1550 het goed Ter Horst met omringende gronden. In 1557 bouwde hij er een zomer- en jachtverblijf voor de familie met fraaie waterpartijen rondom. Als Wijnand met de bouw van zijn landhuis begint, bouwen de katholieken uit de buurt een kerkje de tegenwoordige protestantse kerk in Loenen. Na de reformatie stelden de katholiek gebleven Hackforts hun spieker (schuur) oostelijk van het kasteel, beschikbaar als schuilkapel. De neo-classicistische gevel aan de ingangszijde werd eind 18e eeuw aangebracht. Die zijde van het kasteel was tot dat moment de achterkant van het kasteel. De Hackforts waren niet onbemiddeld en huwden rijke echtgenotes. Hun weelderige invloed is terug te zien in het interieur van het kasteel, bijvoorbeeld aan de gesneden houten wenteltrap, de fraaie tegelwanden, de luidklokken in het torentje en veel geschilderde familieportretten. Zeven generaties lang bewoonden de Hackforts het kasteel en ook na hun vertrek is het kasteel bijna altijd bewoond geweest door de eigenaren.

 

Op vrijdag 25 april heeft dr. Jonn van Zuthem een korte lezing verzorgd over enkele Commissarissen van de Koning in het kader van 200 jaar Koninkrijk der Nederlander. Samen met Bob Roelofs werkt Van Zuthem aan een publicatie over de Gelderse Commissarissen dat in september 2014 is verschenen.

 

Vrijdagavond 26 september verzorgde bestuurslid en historicus Frank van Lunteren een lezing verzorgen over de Slag om Arnhem. Vele honderden boeken en artikelen zijn inmiddels geschreven over de strijd rondom de Arnhemse Rijnbrug in 1944, maar deze boeken zijn vaak vanuit de militairen dan wel de burgers beschreven. Van Lunteren houdt zich al twee decennia met Operatie Market Garden bezig en interviewde ruim 150 ooggetuigen: Amerikanen, Britten, Duitsers en Nederlandse burgers bestudeerde hij tientallen dagboeken en brieven van Arnhemmers. Door al deze bronnen te combineren ontdekte hij nieuwe feiten over de strijd in Arnhem zelf. Zijn Engelstalige boek ‘The Battle of the Bridges. The 504th Parachute Infantry Regiment in Operation Market Garden’ verschijnt deze zomer. Hierin beschrijft Van Lunteren onder meer de strijd om de Waalbruggen en de mislukte opmars in de Betuwe richting Arnhem.

 

Dat niet alleen de Tweede Wereldoorlog, maar vooral de Koude Oorlog zijn sporen achterliet in de Gelderse hoofdstad weten veel Arnhemmers waarschijnlijk wel door wandelingen in natuurgebied Meinerswijk waar diverse bovengrondse bunkers te vinden zijn. Maar over de aanleg van bunkers onder de grond kwam op vrijdagavond 31 oktober aan de orde toen de Arnhemse oudwethouder Margreet van Gastel een lezing verzorgde over de Burger Beschermingskelders. Ze ging daarbij met name in op het commandocentrum in de bunker onder de speeltuin ‘De Linde’’ in de wijk Klarendal. Dit commandocentrum, als ook twee atoombunkers onder het Willemsplein, waren tot enkele jaren geleden groot geheim. Waarom werden deze bunkers opgericht? Wie wisten er van het bestaan af? Op deze en andere vragen zal wethouder Van Gastel in haar lezing een antwoord geven. Onlangs is de bunker in Klarendal in originele staat gerenoveerd. Onze ledenexcursie op 8 november sloot prachtig op deze lezing aan.

 

Op zondag 2 november werd de Nijhofflezing 2014 gehouden. Spreker was Geert Jonker, senior Identificatiespecialist en hoofd van de Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht (BIDKL).
De BIDKL werd opgericht in 1945 en is namens de overheid verantwoordelijk voor het opsporen, bergen en identificeren van vermiste slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. De dienst wil oorlogsslachtoffers een naam geven en hun families informeren en beschouwt dat als een zorgplicht en een ereschuld. Ze oordeelt daarbij niet over “vriend of vijand” of “goed of fout”, maar denkt in vermiste zonen, vaders en echtgenoten. De dienst combineert forensische archeologie, fysische antropologie en militaire geschiedenis. Adjudant Geert Jonker, Senior Identificatiespecialist en Hoofd van de BIDKL, vertelt over de geschiedenis en de taken & verantwoordelijkheden van dit bijzondere Defensieonderdeel. Ook zal hij u aan de hand van een aantal identificatiezaken uit de afgelopen tien jaar, de verhalen vertellen van geïdentificeerde slachtoffers van de Slag om Arnhem. Hij biedt u hiermee de unieke inkijk in de praktijk van dit internationaal erkende kenniscentrum.

In de Grote of St. Eusebiuskerk is de graftombe van de befaamde Gelderse hertog Karel van Gelre (1467-1538) prominent aanwezig. Ook op de Jansplaats houdt een standbeeld de herinnering aan deze dappere hertog die tegen de Bourgondiërs en de Spaanse koning Karel V vocht. Een overzichtswerk van alle Gelderse hertogen bestond tot 2012. In dat verscheen het boek ‘Hertogen van Gelre’ van Gerben Graddesz. Hellinga. Dit rijk geïllustreerde boek biedt een overzicht van het leven en werk van alle Gelderse graven en hertogen van 1021 tot 1581. In zijn lezing op vrijdag 28 november zal de heer Hellinga niet alleen de Gelderse vorsten toelichting in relatie tot Arnhem, maar ook hun bestuur plaatsen binnen de ontwikkeling van de landbouw-stedelijke samenleving in de late Middeleeuwen en de Renaissance. Door deze lezing zullen de woorden ‘Gelre’, ‘Gelredome’ en de beelden van Karel van Gelre meer betekenis krijgen!

 

2013

25 januari 2013. Jan van Lookeren Campagne en Kees Kant over de Bacchante, een verloren gewaand, maar teruggevonden tuinbeeld van ignatius van Logteren

Het stadsbeeld in het centrum van Arnhem (Velperpleinpark tegenover de MediaMarkt) is/wordt binnenkort verrijkt met een extra tuinbeeld. Een beeld van een “Bacchante”, gemaakt door Ignatius van Logteren
Jarenlang (22 jaar)was dit beeld zoek. De zoektocht eind 2011 en begin 2012 had niet alleen tot resultaat de plaats waar het beeld zich bevond. Veel interessante en waardevolle informatie over dit beeld en de andere tuinbeelden in Arnhem werd verzameld. O.a. de geschiedenis van de beelden in Arnhem, de omzwerving door Nederland, de makers, oude afbeeldingen en de plaats waar de beelden in Arnhem stonden.
De gang van zaken na het aantreffen is alleen al de moeite waard: presentatie in de Historische herberg van 10 februari 2012, besluit tot restauratie, het restauratieproces en de terugplaatsing in het Velperpleinpark. Een succesverhaal van particulier initiatief gesteund door de betrokken wethouder en de Arnhemse cultuurambtenaren.
Met de gemaakte en verzamelde afbeeldingen als leidraad zal dit een interessante uitwisseling van informatie worden tussen inleiders en belangstellenden. De reacties tijdens de 2 minuten presentatie in de Historische herberg opleverde, staan daar borg voor.

 

22 februari 2013. Professor Leendert Louwe Kooijmans over Arnhem in de prehistorie

Anders dan velen denken is de prehistorie gewoon een deel van onze geschiedenis, het vroegste deel. Het enige – en niet onbelangrijke –verschil met de latere geschiedenis zijn de bronnen van onze kennis. Geen geschriften, maar artefacten, geen archiefonderzoek maar archeologie, bodemonderzoek. Maar ook de archeologische bronnen moeten worden ‘gelezen’,geïnterpreteerd en onderworpen aan bronnenkritiek. Zij zijn de prehistorie niet, maar slechts de weg erheen. De aard van die bronnen maakt wel dat er over de prehistorie een heel ander soort verhaal verteld wordt.
Resten uit de prehistorie zijn op twee manieren met handen en voeten verbonden met het landschap. Ten eerste kozen mensen hun woonplaatsen en woongebieden altijd heel kien uit; alleen plaatsen en streken waar de condities geschikt waren voor hun levenswijze. Daarnaast is het landschap in de loop der tijden vaak aan ingrijpende veranderingen onderhevig geweest, aan erosie en afdekking met sedimenten, en verstoring in historische tijd. Wat er bewaard gebleven is, is maar een fractie van wat er eens was, en daarvan is maar een willekeurig klein deel teruggevonden.
Vanuit deze gedachten gaan we kijken naar de prehistorische bewoning in Arnhem en omstreken, en om die goed in te vullen, zullen we soms ver om ons heen moeten kijken. Begint de bewoning echt 900.000 jaar geleden?

 

22 maart 2013. Sophie Elpers over De wederopbouw van in de Tweede Wereldoorlog verwoeste boerderijen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in Nederland meer dan 8000 boerderijen totaal verwoest, traditie en status. De meeste boerderijen gingen in de laatste oorlogsjaren verloren (voornam. Daarmee verloren boeren niet alleen hun woonruimte, maar ook een essentieel deel van hun bestaansbasis en een drager van identiteielijk in Noord-Brabant, Gelderland en Limburg), maar ook reeds aan het begin van de oorlog werden boerderijen verwoest, en met name in de Grebbelinie. Vanuit de overtuiging dat de boerderijen met het oog op de voedselvoorziening zo snel mogelijk moesten worden hersteld, was al in 1940 door de rijksoverheid het Bureau Wederopbouw Boerderijen (BWB) opgericht. Tot in de jaren ‘50 organiseerden en coördineerden het BWB en zijn opvolger, de Afdeling Boerderijenbouw van het ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting, de wederopbouw. Deze vond plaats in een – toentertijd heftig bediscussieerd – spanningsveld tussen het vreemde en het eigene, innovatie en behoud, functionaliteit en esthetiek, uniformiteit en variabiliteit, modernisering en traditie. Het conflictpotentieel ontstond doordat de bewoners op een persoonlijk-traumatische manier getroffen waren terwijl de overheid het verlies van de architectuur rationeel als kans gebruikte om de landbouw te moderniseren. De door het BWB vastgestelde richtlijnen bepaalden uiteindelijk dat eenvoudige, maar doelmatige gebouwen moesten ontstaan die een efficiënte eigentijdse bedrijfsvoering mogelijk maakten. De vormgeving van de modernisering leunde echter op ‘het bekende’ en kan in het algemeen als streekeigen worden gekarakteriseerd.
In mijn lezing laat ik zien welke actoren betrokken waren bij de wederopbouw. Welke uiteenlopende ambities en wensen hadden zij en tot wat voor een architectuur heeft dat uiteindelijk geleid? Daarbij wordt de focus gelegd op de wederopbouwboerderijen die in en rond Arnhem staan.
Sophie Elpers,etnologe, was eerder wetenschappelijk medewerken van de Stichting Historisch Boerderij-Onderzoek in Arnhem; tegenwoordig is zij wetenschappelijk medewerker van het Meertens Instituut in Amsterdam. Zij is bezig met een proefschrift over wederopbouwboerderijen getiteld ‘Erfenis van het verlies’.

 

 

26 april 2013. Harry Kuiper over Metternich en zijn bezoekje aan Arnhem in 1848

Klemens Wenzel Lothar von Metternich (Koblenz, 15 mei 1773 – Wenen, 11 juni 1859), graaf, sinds 1813 prins van Metternich-Winneburg en sinds 1818 hertog van Portella, was een Oostenrijks staatsman en een van de belangrijkste diplomaten van zijn tijd. Als kanselier (sinds 1821) verwierf Metternich de reputatie van een reactionair beschermheer van de rechten van keizers en koningen in een tijd van groeiende democratische sentimenten. Hij had de vrije hand in het uitvoeren van de Oostenrijkse buitenlandse politiek, zeker na de dood van keizer Frans in 1835; Metternich domineerde de zwakke keizer Ferdinand I.
In het Europese revolutiejaar 1848 werd hij gedwongen te vluchten. Vanuit Wenen vluchtte hij met zijn vrouw over Leipzig naar Arnhem. Hier rustten zij een week uit en reisden via Den Haag verder naar Londen.

 

Vrijdag 27 september 2013: Prof.dr. J.D.F. van Halsema, emeritus hoogleraar nieuwe Nederlandse letterkunde, over de dichter Jan Hendrik Leopold (1865-1925)
Van Halsema hield een goede lezing over de plaats van de dichter Leopold in onze literatuur. Heel nadrukkelijk ging hij in op de Arnhemse connectie van Leopold. Hij had ook vragen aan de toehoorders. Zo was er een tekening van Leopold waarvan onbekend was waar het was. Dat is inmiddels opgelost.

 

Vrijdag 25 oktober 2013: dr Peet Theeuwen over De Arnhemsche Courant
In de lezing over de Arnhemse Courant komen aan de orde zaken als de rol die de krant gespeeld heeft als schrik voor het conservatieve Den Haag in de eerste helft van de 19de eeuw en bij de totstandkoming van de grondwet van 1848. Maar ook de lokale betekenis van de krant (wat houdt het woord “Arnhemsche” in?).
Ook zal Theeuwen aandacht besteden aan Steven van Bronkhorst en zijn rol in de Arnhemse nieuwsvoorziening en als hoofdredacteur van de Arnhemsche Courant.

 

Zaterdag 30 november.
Symposium Bevrijding van Arnhem in 1813

Op 30 november is het precies 200 jaar geleden dat Arnhem werd bevrijd van de Franse bezetting door een Pruisisch leger onder leiding van generaal Wilhelm Friedrich von Bülow. Prodesse Conamur organiseert daarom, in samenwerking met de Bibliotheek, op 30 november een klein symposium, waarop vier sprekers vier verschillende aspecten van de bevrijding zullen behandelen.

1 Dr. Joost Rozendaal, Radboud Universiteit Nijmegen:
De achttiende eeuw als voorbereiding op de Franse tijd in Nederland 1795-1813.
2. Drs. Paul van Lunteren, historicus
De bevrijding van Arnhem op 30 november 1813.
3 Dr. Emile Smit, Historische Kring Huessen
De bevrijding van de Kleefse enclaves en Oost-Nederland in 1813
4 Mark Edward Hay, King’s College Londen
De militaire en politieke toestand in Europa in 1813 en daarna.

Na de lezingen vindt de première plaats van de educatieve film “Bajonetten en Musketten 1813”, gemaakt in opdracht van Prodesse Conamur door Doreen Hartman, hoofddocent Cultureel Erfgoed van het Kunstbedrijf Arnhem. De film is bestemd voor scholieren in de leeftijd van 10-15 jaar.
Het symposium begint om 13.30 uur. Plaats van handeling is Rozet, het gebouw van het nieuwe Kenniscluster, Kortestraat 16 in Arnhem. De eindtijd is rond 18.00 uur. Deelneming aan het symposium is gratis voor leden van Prodesse Conamur en leden van de Bibliotheek. Introducés en andere belangstellenden zijn welkom en betalen € 7,- entree. Kijk voor nog meer activiteiten rondom 1813 op onze speciale pagina over het onderwerp.
2012
Vrijdag 27 januari. De heer J. Hoitink over: De geschiedenis van de Heidemij
In deze lezing gaat oud-Heidemijer ir. Jan Hoitink in op de ontwikkeling van de Heidemij vanaf de oprichting in 1888. In een aantal stappen in de tijd zal hij aangeven hoe het bedrijf zich heeft ontwikkeld van een “vereniging ten algemenen nutte” met een bescheiden werkapparaat in de beginperiode, tot een internationale onderneming, toonaangevend op het gebied van landinrichting, waterbeheersing, infrastructuur en milieu. Heidemij heeft veel invloed gehad op de inrichting en vormgeving van Nederland. Deze invloed is het grootst geweest in de eerste 80 jaar van haar bestaan. Daarom zal in de lezing de nadruk worden gelegd op de periode tot ca. 1970.
Vrijdag 24 februari. De heer J. Deuss jr. “Geef het verzet in Arnhem een gezicht – De rol van de Arnhemse verzetsgroep Kruyff in de oorlog”
Tijdens deze lezing wordt het ontstaan en de organisatie van de verzetsgroep Kruyff, de organisatie en de opbouw uiteengezet aan de hand van originele foto’s en documenten. Ook een overzicht van de voornaamste acties van het Arnhemse verzet komt aan bod. Daarna zal de heer Albert Deuss jr. een biografische schets leveren van wijlen zijn vader Albert Deuss – een bekend verzetsman – met divers (bewegend) beeldmateriaal. De avond wordt besloten met een vragenronde waarbij familieleden van verzetsmensen op vragen van toehoorders reageren.
Vrijdag 30 maart. De heer W.Schackman over : Opvoedingskolonies in de negentiende eeuw
Bij het woord ‘kolonie’ denk je aan een ver land aan de andere kant van de aardbol. Maar in de eerste helft van de negentiende eeuw trekken ‘kolonisten’ uit heel Nederland, ook uit Arnhem, naar zuidwest-Drenthe. In de landbouwkoloniën van de Maatschappij van Weldadigheid zoals Frederiksoord en Willemsoord proberen zij een nieuw bestaan op te bouwen. Wil Schackmann schreef het boek De proefkolonie, vlijt, vaderlijke tucht en het weldadig karakter onzer natie. Voor Prodesse Conamur vertelt hij over de resultaten van de subcommissie van weldadigheid Arnhem en schetst hij het leven van Arnhemse kolonisten als Johannes Molewijk, die een rol speelt bij een opstand van kolonisten en over kinderen van Arnhemse kolonisten die moeite hebben met de strenge koloniale discipline rond zedelijkheid, werkzaamheid en properheid.
Vrijdag 27 april, na afloop van de Algemene Ledenvergadering. De heer R. Vossenbeld over: Het ontstaan van Schaarsbergen.
Het Prodesse-bestuurslid René Vossenbeld, bekend van eerdere lezingen over vliegveld Deelen en de vliegenier Clement van Maasdijk, laat na de Algemene Ledenvergadering aan de hand van kaarten en afbeeldingen zien, hoe het dorp Schaarsbergen is ontstaan. Is het inderdaad een dorp?
Vrijdag 28 september. Dr. J.A.Hendrikx Dia-lezing over het park Rosendael
Kasteel Rosendael is van oorsprong een donjon die door de hertogen van Gelre in de 14e eeuw werd gebouwd. Na hertog Karel van Gelre werd het kasteel eigendom van diverse families. Onder kasteelheer Lubbert Adolf Torck, getrouwd met de schatrijke Petronella van Hoorn, werden in 1732 de 17e eeuwse tuinen onder architectuur van Daniel Marot aanzienlijk uitgebreid. In deze tijd werden onder andere de schelpengalerijen en de Bedriegertjes gebouwd. In 1722 werd aan de oorspronkelijke donjon een vierkant huis en diverse bijgebouwen en stallen gebouwd. De tuinen en vijvers werden in de negentiende eeuw heringericht door architect Jan David Zocher jr. Ook de schelpengalerijen en de bedriegertjes werden opgeknapt.
Na de Tweede Wereldoorlog, waarin het kasteel door een Amerikaanse bom werd geraakt, en het park gedeeltelijk was verwoest door een verdwaalde V2-raket, raakte het landgoed in verval, totdat in 1977 de laatste baron Willem Frederik Torck baron van Pallandt het overdroeg aan de stichtingen Het Geldersch Landschap en Vrienden der Geldersche Kasteelen. Het landhuis en de tuin werden gedurende 25 jaar gerestaureerd en aansluitend voor publiek opengesteld.

Vrijdag 26 oktober. Dr. Gerard Mostert over de Arnhemse politica Marga KlompéOp 16 augustus 2012 is het 100 jaar geleden dat Marga Klompé werd geboren in de Rijnstraat op nummer 22. Zij werd in 1956 Nederlands eerste vrouwelijke minister. Zij was een Arnhemse, die haar stad – en heel Gelderland – een zeer warm hart toedroeg. Na haar verzetsactiviteiten tijdens de oorlog heeft zij zich het vuur uit de sloffen gelopen voor de wederopbouw van de stad, waarbij zij onder meer nauwe contacten onderhield met burgemeester Chris Matser. Niet alleen had zij persoonlijk jarenlang een band met de stad, met name toen zij als politica in Den Haag woonde, maar ook vertoefde zij lange tijd ieder weekend in Arnhem, om als regionale lijsttrekker van de KVP letterlijk zo dicht mogelijk bij haar politieke achterban te zijn.

 

Vrijdag 30 november. Dr. Aart Noordzij over Monnikhuizen als herinneringsoord voor de Gelderse dynastie

De Gelderse vorsten en vorstinnen lieten zich in de middeleeuwen begraven in uiteenlopende kerken en kloosters. In de Arnhemse Eusebiuskerk kunnen we het grafmonument van de in 1538 overleden hertog Karel van Gelre bewonderen, en in de Nijmeegse Stevenskerk het graf van diens moeder Catharina van Bourbon. Van het bij Arnhem gelegen kartuizerklooster Monnikhuizen, waar de hertogen Willem I (1371-1402) en Reinald IV (1402-1423) hun laatste rustplaats hadden, is echter niets overgebleven. Ondanks de afwezigheid van materiële resten kunnen we ons aan de hand van geschreven bronnen een voorstelling maken van de belangrijke plaats die dit klooster had in het zelfbewustzijn van de Gelderse hertogen. In deze lezing zal dr. G.A. Noordzij (Universiteit Leiden) de rol belichten die Monnikhuizen speelde als herinneringsoord voor de Gelderse dynastie.

 

2011

Vrijdag 28 januari. De heer Bert Thissen uit Kleef : Jacob van Biesen (†1677) Drukker van het Hof van Gelre in Arnhem en van de Grote Keurvorst in Kleef

De Arnhemmer Jacob van Biesen verwierf in 1628 het burgerrecht van de stad Kleef. Daar dreef hij een boekhandel totdat hij in 1630 de drukkerij van zijn overleden schoonvader Jan Jansz. in Arnhem kon overnemen. Aan die drukkerij, ‘In den Vergulden Bibel’, zou hij tot aan het einde van zijn leven leiding geven. Tegelijk bleef hij echter actief in Kleef. Gedurende enige tijd was hij zowel de officiële drukker van het Hof van Gelre als die van de Keurvorst van Brandenburg in Kleef. Zijn Arnhemse drukkerij kreeg zo een zekere spilfunctie in de commerciële en intellectuele contacten tussen de Republiek en het hertogdom Kleef.

 

Vrijdag 25 februari. De heer Jos Lankveld: De Arnhemse melkinrichtingen

Melk en melkproducten zijn door de eeuwen heen benut als voedingsmiddel. Boter en kaas, bereid op de boerderij, waren zeer gewaarde handelsproducten. Eind 19e eeuw werd de zuivelbereiding verplaatst naar fabrieken die in vele plaatsen werden gesticht maar ook binnen 100 jaar meestal weer waren verdwenen. Hoe verliep dit proces in de regio Arnhem met de komst van “De Arnhemsche Melkinrichting” in 1879 in de Kerkstraat en de sluiting in 2003 door Friesland Foods van de “Coberco”-fabriek aan de Westervoortsedijk? Het was een zeer dynamische periode met landbouwcrisis, knoeierijen, opkomst van margarine, groei, samenwerking en sanering.

 

Vrijdag 25 maart. De heer Menno Potjer uit Arnhem: Onbekende portretten van een Arnhemse familie uit 1651-1658

Er zijn maar weinig portretten bekend van Arnhemmers uit de 17e eeuw. Daarom was het een sensatie toen twee jaar geleden uit een particuliere verzameling een serie van tien portretten te koop werd aangeboden bij het beroemde Christies veilinghuis: vader en moeder Craeyvanger en acht kinderen. Deze sensatie werd nog sterker toen bleek dat een deel daarvan door de redelijk bekende schilders Gerard ter Borch en Caspar Netscher was vervaardigd. Netscher heeft als jongetje nog een tijd in Arnhem gewoond, voor hij leerling van Ter Borch in Deventer werd. De Amerikaanse koper gaf de portretten tot januari 2011 in bruikleen aan het Mauritshuis in Den Haag. Daar weten ze alles van beide schilders, maar weinig van Arnhem en nog minder van de afgebeelde familie Craeyvanger. Op hun verzoek heeft Menno Potjer daar een onderzoek naar gedaan. De resultaten presenteert hij in deze lezing.

 

Vrijdag 29 april, na de Algemene Ledenvergadering. De heer Frank van Lunteren uit Arnhem: De bevrijding van Arnhem in 1945

Hoewel de Slag om Arnhem uit september 1944 wereldwijd bekendheid geniet dankzij honderden publicaties en onder meer de film ‘A Bridge Too Far’, is er naar de bevrijding van de stad in april 1945 vrijwel geen onderzoek verricht. Deze tweede slag vergrootte de ravage die een half jaar eerder en in de evacuatieperiode was veroorzaakt. In deze lezing wordt aan de hand van kaarten en beeldmateriaal stilgestaan bij de verschillende fasen van de bevrijding. Waarom werd er alsnog fanatiek weerstand geboden in de stad? En had Arnhem niet maanden eerder bevrijd kunnen zijn?

 

Vrijdag 30 september De heer Ruud Schaafsma te Renkum over de Slijpbeek.

In mei 2010 verscheen bij Uitgeverij Matrijs het boek: R.Schaafsma – ‘De Oosterbeekse en Doorwerthse beken. Een cultuurhistorische wandelgids’. Daarin komt ook de Slijpbeek voor. De beek werd in het verleden ook wel de Klingelbeek (‘cling’ = heuvel) of Mariëndaalse beek genoemd. Het beekdal ligt op landgoed Mariëndaal, waar in de veertiende eeuw het ‘Fonteijne-klooster’ werd gesticht, later ‘Mariënborn’ genaamd. Rond 1600 werd het klooster gesloopt. Kloosterboeken vermelden in de vijftiende eeuw dat er bij het klooster Mariëndaal aan de Klingelbeek ’een koernmole, idem een olymole, idem een slijpmole, idem een volmoel’ lagen. De huidige vijvers waren eens de wijers van deze watermolens. Deze molens, inclusief de veel later gebouwde ‘Klingelbeekse papiermolen’ en de geschiedenis van het landgoed komen in de lezing aan de orde. Spreker laat tijdens de lezing fraaie beelden van het gebied zien, oude en hedendaagse. De lezing vormt ook een inleiding op de excursie naar de Slijpbeek onder leiding van de heer Schaafsma op zaterdag 8 oktober.

 

Vrijdag 28 oktober. De heer Christiaan te Strake te Zutphen over: Leven en dood van Sir Philip Sidney.

Op 17 oktober 1586 overleed in het pand Bakkerstraat 67, waarin nu een modezaak is gevestigd, de beroemde Engelse dichter, staatsman en soldaat Sir Philip Sidney. Hij was een paar weken daarvoor gewond geraakt in de schermutseling bij Warnsveld tussen Spaanse en Staatse troepen, een oorlogshandeling in de Tachtigjarige Oorlog. Sidney maakte deel uit van de troepen van zijn oom, graaf van Leicester. Hij was in Engeland vooral bekend als dichter en hoveling. In 1913 kreeg Sidney een standbeeld in Zutphen, aan de Coehoornsingel Enkele jaren later werd in Zutphen ook een straat naar hem vernoemd. In de lezing wordt het verband tussen leven en dood van Sir Philip Sidney en Arnhem nader toegelicht.

 

Vrijdag 25 november. De heer Frank Keverling Buisman over: Het dagelijkse leven in het naoorlogse Arnhem.

Hoe kwam het dagelijks leven in Arnhem na de bevrijding in 1945 weer op gang? Hoe slaagden de teruggekeerde evacués er in de eerste maanden in hun huishouden weer op orde te krijgen, in een verwoeste en geplunderde stad? Dat soort vragen wordt aan de hand van dagboeken van twee Arnhemse huisvrouwen besproken, maar ook hoe de voedselvoorziening, de nutsvoorzieningen en het herstel van de huizen geregeld waren. Kortom: hoe zag de “doorstart” van Arnhem er in zomer en het najaar van 1945 uit? Als inleiding wordt een korte film vertoond, getiteld ‘De thuiskomst.

 

Nijhoff-lezing over P.A.de Génestet in de Gelderlandbibliotheek, Koningstraat 26 Arnhem.
Zaterdag 2 juli 2011 was het 150 jaar geleden dat de dichter Peter de Génestet op 31-jarige leeftijd stierf in Rozendaal bij Arnhem.Ter gelegenheid van dit feit worden in de loop van 2011 verschillende activiteiten in Arnhem georganiseerd die de aandacht zullen vestigen op de persoon en het werk van deze populairste dichter uit de negentiende eeuw. Er is een expositie van brieven, foto’s en documenten in de Gelderland-bibliotheek, Koningstraat 26 in Arnhem. Er wordt een boek uitgegeven met een bloemlezing van gedichten, een aantal brieven en een preek (De Génestet was dominee van beroep). Het boek wordt uitgegeven door uitgeverij Kontrast in Oosterbeek en zal te koop zijn via de boekhandel. De presentatie van het boek vindt plaats op 13 november in de Gelderland-bibliotheek om 14.30 uur. En ten slotte vindt er na vele jaren weer een Nijhoff-lezing plaats in Arnhem, en wel op zondagmiddag 2 oktober. Professor Marita Matthijsen zal deze lezing over leven en werk van De Génestet houden in de Gelderland-Bibliotheek.Voor deze lezing moet u zich vooraf aanmelden. Er is een Stichting Vrienden van De Génestet opgericht die de activiteiten organiseert, samen met de Gelderland-bibliotheek. Inlichtingen zijn te verkrijgen op het emailadres p.berns@chello.nl van de Stichting Vrienden van De Génestet.
2010
Vrijdag 29 januari 2010: De Van Heeckerens en Rusland; boerderijnamen en een duel, door P. Aalbers
Twee broers uit de familie Van Heeckeren van Enghuizen uit het begin van de negentiende eeuw hadden een bijzondere band met Rusland. Hendrik Jacob Karel Johan, die in 1821 Sonsbeek kocht, was als jongeman militair. Als zodanig nam hij deel aan de veldtocht van Napoleon naar Rusland in 1812. Ter herinnering aan zijn belevenissen noemde hij een aantal van zijn boerderijen naar veldslagen van Napoleon: Moscowa (naar de slag bij Borodino vlakbij Moskou), Leipzig en Dresden zijn boerderijen in de buurt van Arnhem. En rond Hummelo gaat het om 8 boerderijen, waaronder één met de welluidende naam Maloi Jaroslawitz..
De broer van Hendrik, met de namen Jacob Derk Burchard Anne, was ambassadeur van Nederland in Sint-Petersburg. Hij had een adoptiefzoon, d’Anthès geheten, die de vrouw van de Russische dichter Alexander Poesjkin beledigde. Poesjkin daagde hem uit voor een duel. In dat duel schoot d’Anthès de levensmoede dichter dood. Van Heeckeren werd uitgewezen en veroorzaakte in Nederland een politieke rel, waaraan ook koning Willem I deelnam.
Vrijdag 26 februari 2010: Het Arnhemse muziekleven van 1700 tot heden, door I. Jacobs
Inge Jacobs, mede-auteur van deel 2 van de Arnhemse Geschiedschrijving, getiteld “Arnhem van 1700 tot 1900”, dat in november 2009 is verschenen , spreekt over het bekende Arnhemse muziekgezelschap Sint Caecilia uit de 18de en 19de eeuw en de opvolger ervan: de Arnhemse Orkestvereniging. In de 20ste eeuw zou dat orkest overgaan in het HGO, Het Gelders Orkest.. Daarnaast schetst zij het Arnhemse muziekonderwijs, de bouw van Musis Sacrum, de kwaliteit van de Arnhemse kerkorgels en het Arnhemse muziekleven in de 20ste eeuw.
Vrijdag 26 maart 2010: De Duitse Orde en de Johannieter Orde, in verband met de Commanderij van Sint-Jan te Arnhem, door F. Tesser
De heer Frits Tesser uit Duiven spreekt over een boeiend onderwerp uit de middeleeuwse geschiedenis van Arnhem :“De Duitse Orde en de Johannieter Orde, in verband met de Commanderij van Sint-Jan te Arnhem.” Velen van ons kennen de naam van de Commanderij, gelegen tussen de Jansstraat en het Jansplein bij de Koepelkerk, maar zonder de finesses van de geschiedenis ervan. De heer Tesser heeft in het blad Ambt en Heerlijkheid herhaaldelijk gepubliceerd over de Duitse Orde en het Hof te Dieren. Hij zal dat onderwerp nu uitbreiden naar de Commanderij van Sint-Jan en een andere ridderorde: de Johannieters. De lezing loopt vooruit op de excursie van Prodesse naar o.a het Duitse Huis in Utrecht, die begin juni 2010 zal worden georganiseerd.
Vrijdag 24 september 2010: Johan Thopas, schilder en portrettekenaar, door B. Koene
Pas onlangs is ontdekt dat de 17-eeuwse schilder en portrettekenaar Johan Thopas afkomstig was uit Arnhem. Inmiddels is veel meer duidelijk geworden over de merkwaardige levensloop van deze kunstenaar en over de opvallende familie waaruit hij stamde. Bert Koene doet verslag van zijn ontdekkingen.
Vrijdag 29 oktober 2010: De stedelijke financiën van Arnhem als spiegel van de middeleeuwse samenleving, door R. Bosch
De reeks Arnhemse stadsrekeningen is een van de oudste en meest complete reeksen in Nederland. Zij bevatten veel gegevens die ons een beeld geven van het reilen en zeilen in een middeleeuwse Gelderse stad. Rudolf Bosch schetst een beeld van het financiële beheer van het stadsbestuur. Daarbij wordt onder meer ingegaan op de daarbij betrokken personen, de productie- en consumptiepatronen en de politieke en sociale aspecten zoals die naar voren komen in de uitgaven van het stadsbestuur.
Vrijdag 26 november 2010: Een telg van de Arnhemse familie van Verschuer vertelt iets over zijn familie, door O.W.A. baron van Verschuer
Verscheidene leden van de familie van Verschuer hebben gedurende meer dan honderd jaar in de 19e en 20e eeuw een belangrijke rol gespeeld in Arnhem, op sociaal, maatschappelijk en cultureel gebied, niet in de laatste plaats op het terrein van de volkshuisvesting. Aan de hand van familie archivalia zal de spreker ons hierover het een en ander vertellen.
2009
Vrijdag 30 januari 2009: Recente opgravingen in Arnhem, door M. Defilet
De afgelopen jaren is op diverse plaatsen in Arnhem de spade in de grond gezet voor omvangrijke bouwprojecten. Daaraan voorafgaande heeft de archeologische dienst de kans gekregen om opgravingen te doen en het archeologisch erfgoed van de stad verder te documenteren. Martijn Defilet, de stadsarcheoloog van Arnhem, komt vertellen (en laten zien) wat er de afgelopen jaren in de grond is gevonden: niet alleen in Schuijtgraaf, maar ook op diverse andere plekken in de stad.
Vrijdag 27 februari 2009: Jan Vaessen blikt terug
Na bijna 20 jaar is er een einde gekomen aan de periode waarin Jan Vaessen directeur was van het Openluchtmuseum in Arnhem. Het is alleszins een bewogen periode geweest, waarin een dreigende sluiting werd afgewend, rijkssubsidie werd ingetrokken en nieuwe wegen werden ingeslagen om met beperkte middelen een groter publiek kennis te laten maken met het historisch erfgoed van Nederland. Met vallen en opstaan is dat bijzonder goed gelukt, met als apotheose de European Museum of the Year Award in 2005 en de komst van het Nederlands Historisch Museum. Een goed moment om nog eens terug te kijken op de ontwikkelingen die het Openluchtmuseum de afgelopen jaren heeft meegemaakt. En wie zou dat beter kunnen dan Jan Vaessen zelf?
Vrijdag 27 maart 2009: De gewonde en gesneuvelde Duitse militairen van de Slag om Arnhem, door H. Timmerman
Gedurende de slag om Arnhem, van 17 tot 26 september 1944, werden door Britse en Duitse militaire eenheden in Arnhem en Oosterbeek en omgeving zware gevechten geleverd. Daarbij kwamen ongeveer 1900 geallieerde militairen om het leven. Van de gesneuvelden aan Duitse zijde zijn geen precieze aantallen bekend. Hans Timmerman, specialist van de Gelderland Bibliotheek, zal aandacht besteden aan de Duitse militairen die toen gewond zijn geraakt of gesneuveld. Hij zal daarbij onder andere ingaan op de organisatie die nodig was om de gewonden te verzorgen, welke militaire verbandposten en ziekenhuizen er ter beschikking stonden of ad-hoc werden opgericht, waar de gesneuvelden in eerste instantie ter aarde werden besteld, wat er met deze gesneuvelden na de oorlog is gebeurd, etc. Daarnaast worden enkele voorbeelden gegeven van wat er met individuele Duitse militairen is gebeurd.
Vrijdag 24 april 2009: Algemene Ledenvergadering
Na de ledenvergadering (N.B. aanvang 19.30 uur!) zal een korte inleiding worden gegeven op de geschiedenis van wijnbouw en wijnhandel in Arnhem door J. Verheijen, gevolgd door een wijnproeverij van de Societas Vinum Bonum Est, onder leiding van Chris Alblas, register vinoloog van de Wijnacademie.
Vrijdag 25 september 2009: Veluwse beken en sprengen, door J. Meijer
In 2007 verscheen het boek ‘Veluwse beken en sprengen’ van H.Menke e.a. bij Uitgeverij Matrijs. Een van de medewerkers aan het boek was de Apeldoornse geograaf Jacques Meijer. Hij deed veel veldwerk voor het boek. Hij kent als geen ander de tientallen beken en sprengen die in het boek behandeld worden. De heer Meijer zal spreken over de geografische basis van de vele beken aan de rand van de Veluwe en over het belang van het beekwater voor de ontwikkeling en de geschiedenis van Arnhem en het omringende gebied.
Vrijdag 30 oktober 2009: De geschiedenis van de Arnhemse Scheepsbouw Maatschappij ASM, door S. Gerritsen
Door de malaise in de scheepsbouw is in 1978 de Arnhemse Scheepsbouw Maatschappij (ASM) gesloten. Het terrein van deze werf ligt op een eiland in de Rijn, midden in de stad Arnhem. Alle gebouwen en kranen zijn in 1978 tot op het maaiveld weggehaald. Alle funderingen, kraanbanen en hellingen liggen er nog. Er is vanaf 1978 niets met het terrein gebeurd. Er liggen een paar woonschepen in de haven. Verder is alles overwoekerd. Het terrein is een stille getuige van een arbeidzaam verleden. Wat was dit voor werf, eens de grootste werkgever van Arnhem? Welke uitvinding ligt ten grondslag aan de oprichting van de werf? Welke schepen zijn er gebouwd en waarom is de werf opgeheven? Vanuit de Stichting Historische Schepen Arnhem wordt, samen met de achterkleinkinderen van de oprichter van de werf, gewerkt aan een boek over de werf. Hiervoor worden behalve archieven ook veel ex-werknemers van de werf geraadpleegd. De lezing, met veel beeldmateriaal (foto’s en films), geeft een inzicht in de bevindingen tot nu toe.
Vrijdag 27 november 2009: De Stichting Sint Nicolai Broederschap Arnhem, door J.C. Bierens de Haan
In deze lezing zal ons lid Professor dr. J.C. Bierens de Haan ingaan op de historie en het functioneren van deze oude Arnhemse instelling, waarvan de oorsprong teruggaat tot 1351. Steunend op een eeuwenoude traditie bewijst de broederschap als een erkende sociale instelling momenteel binnen de moderne verzorgingsstaat haar bestaansrecht meer dan ooit. De lezing zal worden toegelicht met illustraties uit het rijke archief van de Broederschap.
2008
Vrijdag 28 november 2008: Chinese migranten in Arnhem 1933-2008, door E.A. Gootjes
De oudste groep niet-westerse migranten in de stad Arnhem werd gevormd door de Chinezen. Het Historisch Museum wijdt er dit najaar een tentoonstelling aan; ook is er een boek Chinese Arnhemmers uitgekomen. De auteur, Else Gootjes, vertelt in de lezing over haar onderzoek en geeft u inzicht in de persoonlijke migratieverhalen, documenten en foto’s van Chinese Arnhemmers.
Vrijdag 31 oktober 2008: De Canon van Arnhem, door B. Roelofs en J. de Vries
Canon is een veelgehoord begrip de afgelopen jaren waarbij Arnhem natuurlijk niet achter kon blijven. Maar naast de voordelen – een kapstok die historisch houvast biedt – hebben canons ook de inherente kwaliteit dat zij dingen die er niet toe behoren, dreigen uit te sluiten. Deze avond presenteren de samenstellers van De Canon van Arnhem hun keuzes uit de geschiedenis van Arnhem waarna er ruimte is voor debat.
Zondag 12 oktober 2008: Verhalen van Arnhem
In het kader van de Week van de Geschiedenis organiseert het Arnhems Historisch Genootschap Prodesse Conamur en De Bibliotheek op 12 oktober een middag waarin een tiental Arnhemmers een bijzonder verhaal vertellen over de geschiedenis van hun stad. Een deskundig panel praat mee om op die manier een stukje van de Arnhemse geschiedenis tot leven te laten komen. Meer informatie vind je hier. N.B. Deze activiteit vindt plaats in de Bibliotheek Arnhem, Koningstraat 26, Arnhem.
Vrijdag 26 september 2008: Spijkerkwartier, twee eeuwen contrast, door J. Mannaerts. Joep Mannaerts geeft in deze lezing een overzicht van de geschiedenis in de negentiende en twintigste eeuw van het roemruchte Spijkerkwartier. Deze stadsuitbreiding moest een buurt voor welgestelden worden, maar een zwakke gemeentelijke overheid, speculerende particulieren en de grote vraag naar goedkope woningen leidden tot andere ontwikkelingen.
Vrijdag 25 april 2008: Maurits Ver Huell, door J.A.A. Bervoets. In de omvangrijke erfenis die de excentrieke kunstenaar en verzamelaar Alexander Ver Huell de gemeente Arnhem naliet, bevindt zich een groot aantal werken van de hand van zijn ouders Maurits en Louise Ver Huell, beiden begaafd amateur-kunstenaar. Van 25 januari tot en met 4 mei toont het Historisch Museum Arnhem hen voor het eerst samen tijdens de tentoonstelling ‘Gods wonderen in waterverf’. Ter afsluiting van de Algemene Ledenvergade-ring zal dr. Jan Bervoets naar aanleiding van deze tentoonstelling een korte lezing geven.
Vrijdag 28 maart 2008: De Sonsbeek tentoonstellingen, door N. Jansen. Op 13 juni opent de tiende Sonsbeek tentoonstelling. ‘Sonsbeek’, dat kort na de Tweede Wereldoorlog voor het eerst werd georganiseerd als eerste beeldententoonstelling in de open lucht op het Europese vasteland, heeft in de afgelopen decennia een roemruchte reputatie opgebouwd. In de lezing wordt teruggekeken op de geschiedenis en ontwikkeling van deze tentoonstellingen.
Vrijdag 29 februari 2008: Koninklijke Onderscheidingen, door A.K. Kisman. De heer Anton Kisman zal in deze lezing ingaan op de diverse Koninklijke Onderscheidingen. Na een kort ‘uitstapje’ naar de periode voor de instelling van het Nederlandse Koningshuis, worden achtereenvolgens de Militaire Willemsorde, de Orde van de Nederlandse Leeuw, de Orde van Oranje-Nassau, de Nederlands–Luxemburgse Orde van de Eikenkroon, en nog een aantal minder bekende worden behandeld.
vrijdag 25 januari 2008: Het Huis der Provincie ,door B.A.J. Roelofs. Eind januari verscheen het nieuwste deel van de Arnhemse Monumentenreeks, een monografie over het Huis der Provincie aan de Markt. Terwijl veel van de omliggende wederopbouwarchitectuur op de nominatie staat gesloopt te worden, wordt het Provinciehuis, dat werd ontworpen door J.J.M Vegter, H. Brouwer en T.T. Deurvorst ter vervanging van het verwoeste Gouvernementsgebouw, beschouwd als een parel binnen de naoorlogse bouwkunst.Auteur Bob Roelofs gaat in deze lezing in op de geschiedenis en architectuur van dit Arnhemse ‘Palazzo’. Voor de lezing zal de heer Jules Verheijen van Arnhem3D een korte toelichting geven op de vooroorlogse Markt.

2007

vrijdag 30 november 2007: Geschiedenis van het landgoed en het Koninklijk Militair Tehuis Bronbeek, door N.B. Ravensbergen. In deze lezing wordt de historie van huis en landgoed Bronbeek worden belicht, dat van een onbeduidend negentiende-eeuse landhuisje kon uitgroeien tot het huidige representatieve Koninklijk Militair Tehuis voor Oud-Militairen.

 

vrijdag 26 oktober 2007: Het echtpaar Kröller-Müller en de Hoge Veluwe, door W.H. Nijhof.
W.H. Nijhof, auteur van de omvangrijke biografie van de Rotterdamse zakenman Anton Kröller, stelt in deze lezing het vermaarde echtpaar Anton en Hélène Kröller-Müller centraal, in wier leven keiharde zakelijke belangen en kunstlievendheid om voorrang streden.

 

vrijdag 19 oktober 2007: Voetbalclub Vitesse in heden en verleden, door D. Heberts en M. Esveld.
In het kader van de Nationale Week van de Geschiedenis organiseert Prodesse een lezing over de geschiedenis van Vitesse. D. Herberts zal uitvoerig ingaan op de historie van de club vanaf de oprichting in 1892 tot aan de opkomst van het betaald voetbal in de jaren zestig van de vorige eeuw. Het tweede gedeelte zal worden verzorgd door M. Esveld en gericht zijn op de meer actuele geschiedenis.

 

vrijdag 21 september 2007: Panorama Arnhem, door A.B.C. Schulte. Vanaf het midden van de zeventiende eeuw heeft de schilderachtige ligging van Arnhem het oog weten te boeien van talrijke schilders en tekenaars. Aan de hand van schilderijen, tekeningen en prenten uit de collectie van het Historisch Museum Arnhem en de Topografische Atlas van Gelderland zal Ton Schulte nader ingaan op de kunsthistorische aspecten van het Arnhemse stadsgezicht door de eeuwen heen.

 

vrijdag 27 april 2007: Vergeten gevelstenen en bouwornamenten in Arnhems museumbezit, door prof. dr. J.J. Kolk.
In de loop van hun bestaan hebben de gemeentelijke musea vele losse gevelstenen en bouwornamenten verkregen. Helaas zijn die vaak in slechte staat en niet of nauwelijks gedocumenteerd. Enkele voorbeelden worden getoond en besproken.

 

vrijdag 30 maart 2007: De Romeinse Limes, door Prof. Dr. M. Erdrich, hoogleraar Provinciaal-Romeinse archeologie aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. De Limes vormde de grens van het voormalige Romeinse Rijk. In Nederland liep deze van Katwijk via de Oude Rijn en de Nederrijn langs Arnhem (castellum Meinerswijk) naar Duitsland in de richting van de Donau. De Limes was een militaire zone, die bestond uit een weg, forten en wachttorens en burgerlijke nederzettingen. Maar het was ook een handelsroute en langs deze route ontstond een uitwisseling van culturen tussen de inheemse bevolking en de soldaten van het Romeinse leger en hun gezinnen. Hoewel niet zichtbaar in ons landschap ligt de Limes als een schat verborgen in onze Nederlandse bodem, hetgeen moge blijken uit de talrijke archeologische vondsten.

 

vrijdag 23 februari 2007: De beginjaren van Het Dorp: een experiment in menselijk samenleven, door A. J. Rinkel, oud-directeur van Het Dorp
Aan het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw ontstond het idee om een dorp te bouwen voor mensen met een lichamelijke handicap. Er waren tot dan toe vrijwel geen voorzieningen voor hen, geen mogelijkheden voor zelfstandig wonen en leven en er was weinig werk. Via de actie ‘Open Het Dorp’, een 24-uurs televisie-inzamelingsactie (26-27 november 1962) werd de bouw mogelijk gemaakt en konden in 1966 de eerste bewoners hun intrek nemen in hun woning. Voor de eerste keer in de Nederlandse geschiedenis werd zo nadrukkelijk aandacht gevraagd voor mensen met een handicap.
vrijdag 26 januari 2007: Thema’s uit de geschiedenis van Huissen , door E. Smit, Tiel. Arnhem heeft in de loop der eeuwen veel te maken gehad met Huissen. De aparte positie van deze buurstad, die niet bij het hertogdom Gelre behoorde maar bij Kleef, leidde regelmatig tot spanningen. Zo was er in Huissen in de Middeleeuwen ook een riviertol gevestigd. De Rooms-Katholieken behielden na de Reformatie in Huissen volledige vrijheid van godsdienst, waar veel Arnhemmers van profiteerden. Ook nadat Huissen in 1816 onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden was geworden, was er soms meer sprake van rivaliteit dan van samenwerking. Men denkt maar aan de grenswijzigingen na de Tweede Wereldoorlog. Dr. Smit is gepromoveerde op de Kleefse enclaves in Gelderland. De lezing zal worden begeleid met dia’s.
2006

vrijdag 1 december 2006, Andries Schimmelpenninck van der Oije (1705-1776). Uit het leven van een Gelders luitenant-stadhouder, door dr. M.A.M. Franken, Apeldoorn.
In deze levensschets van Andries Schimmelpenninck van der Oije is het centrale thema hoe hij als een onaanzienlijk modale Veluwse landjonker wist op te klimmen tot de hoogste trede van de politieke en bestuurlijke ladder in het kwartier van Veluwe, ja zelfs in heel Gelderland, vooral na 1747. Dit gebeurde in een langdurige worsteling met de puissant rijke en oppermachtige landdrost van Veluwe, Lubbert Adolf Torck, heer van Rosendael, Uitvoerig komt daarbij aan de orde de structuur en het functioneren van het stadhouderlijke stelsel binnen de provincie Gelderland, waarvan Andries op een uitgekookte wijze profijt wist te trekken. Ten gevolge van de kort na zijn dood opstekende Patriottenstorm zijn zowel dit tijdvak als zijn belangrijkste regent ten onrechte in het vergeetboek van de Gelderse historie terechtgekomen. De voornaamste bron voor dit levensverhaal is zijn uitvoerige correspondentie met achtereenvolgens stadhouder Willem IV, prinses Anna, de hertog van Brunswijk en stadhouder Willem V, aanwezig in het Gelders Archief.

vrijdag 27 oktober 2006: De Grift en de Tol bij de Sevenbruggen, De geschiedenis van de verbinding tussen Arnhem en Nijmegen van 1600 tot 1800, door F.J.G. Hoogveld, Valburg.
Inwoners van Arnhem op weg naar de Betuwe, Nijmegen of Rotterdam, viskarren uit Harderwijk hessenwagens uit Duitsland, voerlui met bier uit Nijmegen, Deense ossen uit het westen van het land voor de Ooy, alles ploeterde tot ca. 1600 in het najaar, winter en voorjaar door de Betuwse klei om hun bestemming te bereiken. Om dit probleem op te lossen is rond 1600 een trekvaart: de Grift, gegraven. De kosten van deze verbinding waren hoog, om die reden werd er tolgeld geheven. Eerst werd de tol verpacht door de stad Nijmegen, later door de Heren van de Rekenkamer te Arnhem. De opbrengst was bij lange na niet voldoende om de kosten te dekken. Rond 1750 heeft men de Grift laten verlanden en namen postkoetsen en karren over de Griftdijk het van de trekschuiten in de Grift over. De archieven geven een goed beeld van de tol: de tarieven, het verkeer in die tijd, de herberg in het tolhuis, de ruzies tussen de tolgaarder en dronken voerlui of met de deftige dr. Wilbrennick uit Arnhem die vond dat hij met zijn karos met zes paarden bespannen wel voor niets mocht passeren. De tolheffing werd afgeschaft in de Franse tijd. Het laatste tolhuis getekend door de Arnhemse architect Viervant, werd gebouwd in 1767 en is in de WO II verwoest.

vrijdag 29 september 2006: Resultaten van recente opgravingen, door Mieke Smit, stadsarcheologe
De opgravingen in het Musiskwartier hebben een aantal aardige gegevens opgeleverd, die soms mooi aansluiten bij zaken die uit middeleeuwse schriftelijke bronnen bekend zijn. Zijn hier misschien de eerste boerderijen te vinden die later de kern gingen vormen van de nederzetting Arnhem? Ook elders in de stad zijn de laatste jaren hier en daar opgravingen verricht die het een en ander aan het licht hebben gebracht. In de lezing wordt u op de hoogte gebracht van het laatste nieuws dat de archeologen te bieden hebben.
vrijdag 28 april 2006, 19.30 uur: Jaarvergadering. Aansluitend een lezing met diapresentatie van de heer B. Steenaert over een recent ontdekt tegeltableau uit 1932, gemaakt door de destijds bekende Arnhemse Faiencefabriek, in een tijd dat allerlei kunststijlen met elkaar om de voorrang wedijverden.

 

vrijdag 24 maart 2006: De stille slag. Joodse Arnhemmers 1933-1945, door Margo Klijn, historica.
Door de talrijke publicaties over Operatie Market Garden lijkt de Tweede Wereldoorlog in Arnhem te beginnen in september 1944. Deze voor de stad en haar bevolking ingrijpende gebeurtenis heeft als het ware zaken als bezetting, verzet, collaboratie en Jodenvervolging ondergesneeuwd. Aan de andere kant is de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland bijna altijd Amsterdamse geschiedenis, omdat daar nu eenmaal de helft van de joodse bevolking woonde, terwijl de andere helft verspreid leefde over het land. Voor de oorlog was er in Arnhem echter verhoudingsgewijs een grote, bloeiende joodse gemeente van ongeveer vijftienhonderd tot tweeduizend zielen. Het opperrabbinaat van Gelderland was in Arnhem gezeteld, en in 1853 werd op de Pastoorstraat een grote synagoge gebouwd, nog steeds een van de mooiste negentiende-eeuwse gebouwen van de stad. Joodse Arnhemmers hadden zoals elke ‘zuil’ hun eigen gebruiken en hadden tegelijkertijd een eigen plaats binnen de Arnhemse samenleving: ‘geïntegreerd met behoud van eigen identiteit’, zoals we nu zeggen. In de lezing zal aandacht worden geven aan de gemeentepolitiek en de vluchtelingen in de jaren dertig, aan de bezetting en de reactie van joodse Arnhemmers, aan de anti-joodse maatregelen en de reactie van niet-joodse Arnhemmers, en natuurlijk ook aan de slag om Arnhem en de evacuatie, toen joodse onderduikers opdoken en de stad in de meeste gevallen verlieten.

 

vrijdag 24 februari 2006: Otto van Eck en zijn Arnhemse familieleden, door Rudolf Dekker, Erasmusuniversiteit.
Voorjaar 2005 publiceerden Arianne Baggerman en Rudolf Dekker een veel geprezen studie over het dagboek van het Haagse jongetje Otto van Eck (1780-1798). Otto’s ouders waren Patriotten. Zij probeerden hun zoontje op te voeden volgens de idealen van de Verlichting. Otto’s lievelingsoom was de bekende patriottische voorman Pieter Paulus, maar ook andere familiebetrekkingen werden door de van Ecks met zorg onderhouden. In deze lezing zal iets over die opvoeding verteld worden, maar er zal in het bijzonder aandacht zijn voor de Arnhemse tak van de familie Van Eck, die onder andere enige burgemeesters aan de stad heeft geleverd..

 

vrijdag 27 januari 2006: De filmgeschiedenis van Arnhem in de periode 1895-1918, door Ivo Chamuleau, medewerker Commissariaat voor de Media.
Lezing in samenwerking met de Volksuniversiteit. Waarom ging de introductie van de film in Arnhem moeilijker dan in Nijmegen? Heeft dat er mee te maken dat films aanvankelijk met de kermissen meetrokken? Deze vraag met betrekking tot de introductie van het medium komt in deze lezing aan de orde. Een andere vraag is of de inhoud van de films ook veranderde toen er nieuwe technieken werden toegepast. En kwam de muziek uit een grammofoon of speelde er steeds een pianist? Ook wordt er nog aandacht besteed aan de exploitatiegeschiedenis van de vaste bioscopen (er kwamen vier bioscopen in Arnhem) en de strijd tegen het “bioscoopkwaad” in de jaren 1910 (de vraag om regulering). Ontwikkelingen op het technische vlak, bijvoorbeeld van de apparatuur en binnen de filmproductiebedrijven in het algemeen, zullen slechts summier en waar relevant kort behandeld worden.

2005
vrijdag 28 januari 2005: De Oosterbeekse schildersschool, door A. Mansveldt, Doetinchem
De Oosterbeekse school is de naam voor de schilderskolonie die zich zo’n 150 jaar geleden in die streek vestigde. Ze kozen naar het voorbeeld van het Franse Barbizon voor het ‘plein air’ schilderen.
Een tweede generatie landschapsschilders ontstond door oprichting van Pictura Veluvensis in 1902.
De lezing belicht de interessante geschiedenis van deze ontwikkeling binnen de schilderkunst van de negentiende eeuw.
vrijdag 25 februari 2005: ‘Trotse kastelen en lichtende hallen’, Arnhemse architectuur van electriciteitsbedrijven, door Jan Vredenberg, Velp
Met de komst van de elektriciteitsvoorziening rond 1890 begon een nieuwe fase in de industrialisatie. Architectonische representatie was voor bedrijven van grote betekenis: de centrales werden opgeworpen als burchten en kathedralen van de elektriciteit. Arnhem was met de laboratoria en kantoren van de KEMA het centrum van de elektriciteitswereld. In de lezing wordt een beeld geschetst van de architectuur van elektriciteitsbedrijven tot 1960.
vrijdag 18 maart 2005: Lichtvoetig door de geschiedenis van Kleef, door W.F.W.M. van Heugten, Duiven
Ofschoon het Kleefsland staatskundig nooit tot de Nederlanden behoord, zijn er altijd op cultureel gebied intensieve banden met Gelderland geweest. Aan de hand van dia’s wordt een lichtvoetige tocht gemaakt langs plaatsen in het Kleefsland die daarin een speciale rol hebben gespeeld.
Deze lezing dient tevens als voorbereiding op de excursie van onze historische vereniging naar Kleef in mei 2005.
vrijdag 6 oktober 2005: Dwalen over de Velperweg, 1600-1800 , door M.R. Potjer, Arnhem
Van Geelkerken maakte in 1643 een kaart van Monnikhuizen en omgeving. Bestudering van deze kaart en van de bronnen die iets meer vertellen over de bewoners en eigenaren die er huisden is niet altijd makkelijk. Wel gemakkelijk is het om hier fouten te maken en de weg kwijt te raken. Een aantal van die foute interpretaties worden uit de doeken gedaan, tot lering en vermaak, waarbij ‘en passant’ enige bekende en veel onbekende feiten uit Arnhems verleden worden meegenomen.
vrijdag 28 oktober 2005, Dwalen over de Velperweg, 1600-1800 (vervolg), door M.R. Potjer, Arnhem
vrijdag 25 november 2005, De Nieuwe Stad van Arnhem in de Middeleeuwen, door R.M.C. Wientjes, Arnhem
De oudste sporen van gebouwen die door archeologen in het Musiskwartier werden opgegraven dateren uit de negende eeuw. Er zijn ook bodemsporen gevonden van nog oudere bewoning daar in de buurt. De nederzetting had hoofdzakelijk een agrarisch karakter en verdwijnt in de loop van de dertiende eeuw op een enkel “spieker” na geheel uit beeld. Dit is juist de tijd dat er in noordwest Europa een revolutie plaatsvindt in de exploitatie van het grootgrondbezit van de hoge adel en de grote abdijen. Het domaniale stelsel met zijn directe leveringen in natura wordt in ras tempo vervangen door het pachtstelsel, waarbij geld een veel grotere rol speelt. We hebben bij de aanleg van de Betuwelijn al kunnen constateren dat dit grote gevolgen had voor de agrarische nederzettingen in de buurt van Tiel.
In het Musiskwartier lag de grond vanaf circa 1250 langer dan een eeuw min of meer braak, hoewel het in die tijd al binnen de muren van Arnhem was komen te liggen. Ongeveer vanaf 1380 vond daar een systematische stadsaanleg plaats, in nauwe samenwerking tussen de stad Arnhem en de hertog van Gelre. Er ontstond een Nieuwe Stad die voor een belangrijk deel bevolkt werd door lieden van buiten. Brouwers en leerlooiers/ schoenmakers vormden de belangrijkste beroepsgroepen die er eeuwenlang actief waren.
2004
vrijdag 30 januari 2004: Typeringen van Arnhem in de twintigste eeuw, door G.J. Mentink.
Er zijn nogal door de tijd heen wat typeringen van Arnhem in omloop geweest: beekstad, parkstad, rentenierstad, nijverheidsstad, toeristenstad, garnizoenstad, linkse stad, zorgstad, ambtenarenstad, sportstad, cultuurstad, stad van een brug-te-ver, trolleystad, drugsstad en HBO-stad. Voor welke perioden zijn deze typeringen geldig? En in hoeverre zijn ze geldig? G.J. Mentink, oud-archivaris, licht zijn voorkeuren toe en is benieuwd naar de visie van de toehoorders.
vrijdag 27 februari 2004: Arnhemse woonhuizen, te kust, te keur, te koop, door A.G. Schulte, erelid van Prodesse.
Het Presickhaeffs Huys in de Kerkstraat is een van de oudste monumenten in de stad. Het loont de moeite om eens te zien hoe men in Arnhem in heden en verleden met dit en andere woonhuizen is omgegaan. Het levert een opwindend en soms onthutsend verhaal op over nog bestaande en over helaas gesloopte monumentale huizen.
vrijdag 26 maart 2004: Forten en vestigingen op de splitsing van de Rijn en Waal, door G.B. Janssen.
Een voordracht met dia’s over de defensieve betekenis van de forten bij de splitsing van de grote rivieren, misschien al in de tijd van de Romeinen, maar zeker in de Tachtigjarige Oorlog en daarna.
vrijdag 23 april 2004: Jaarvergadering
De jaarvergadering is opgeluisterd met enige korte lezingen.
vrijdag 24 september 2004: ‘s-Hertogenbosch: OUD en NIEUW, door Marius van den Wildenberg, architect te ‘s-Hertogenbosch. De stad als bruisend organisme heeft door de eeuwen heen vele veranderingen en aanpassingen doorgemaakt. Men kan de stad zien als de materiële neerslag van het maatschappelijk leven.Op dit moment is de maatschappij individualistisch gericht. Het collectieve van de stad is verdrongen door korte termijn denken. In het hierdoor ontstane spanningsveld tussen oud en nieuw wordt momenteel vluchtig en oppervlakkig gereageerd; de stad en haar architectuur wordt nu vooral als een consumptief goed benaderd. Aan de hand van een aantal gerealiseerde voorbeelden in ‘s-Hertogenbosch gaan we op zoek naar een positiebepaling tegenover dit verschijnsel in de stedenbouw. Deze lezing was tevens een voorbereiding op de excursie van vrijdag 15 oktober naar ‘s-Hertogenbosch, alwaar de genoemde verschijnselen concreet aanschouwd kunnen worden.
vrijdag 22 oktober 2004: Gesloten wegens bewoning. Arnhemse oorlogsevacués in het Openluchtmuseum, september 1944 – januari 1945, door dr. A. de Jong, medewerker Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem
Op 17 september 1944 begon de slag om Arnhem. Een gevolg voor de bevolking is dat de Duitse autoriteiten het bevel gaven de stad te ontruimen. Ongeveer 600 Arnhemmers blijven dicht bij huis en kiezen het Openluchtmuseum als tijdelijke verblijfplaats; dat valt net buiten het te evacueren gebied. Een deel van hen trotseert de ongemakken van de koude en tochtige huisvesting tot begin januari 1945. Het merendeel moet echter na een razzia op 3 november 1944 op last van de Duitsers vertrekken om alsnog op een evacuatieadres veel verder weg van huis het eind van de oorlog af te wachten.De periode van eind september 1944 tot begin januari 1945 is een van de meest merkwaardige uit de geschiedenis van het Nederlands Openluchtmuseum. Gedurende deze drie maanden is het lot van het museum nauw verbonden geweest met deze 600 Arnhemmers. De bizarre situatie deed zich namelijk voor dat gebouwen, die voorheen elders vele generaties onderdak hadden geboden, na hun overplaatsing naar het museum nu nog een keer opnieuw bewoond zijn geweest. Het Openluchtmuseum huisvestte zo enige tijd een levende gemeenschap. De lezing ging over het leven van de evacués in het Openluchtmuseum en de razzia van 3 november 1944, die over deze periode een zware schaduw gelegd heeft.
vrijdag 26 november 2004: Het weekblad Janus in 1787, door dr. Pieter van Wissing, bestuurslid van Prodesse Conamur.
Het satirische politiek-literaire weekblad Janus verscheen gedurende de eerste acht maanden van 1787, midden in de Patriottentijd. Het was een van de vele bladen die in die tijd opkwamen. De opkomst van de politieke pers in Nederland na 1780 kan verklaard worden door de vrij plotseling ontstane en over het hele land vertakte oppositiebeweging van zogenoemde Patriotten, gestimuleerd door het debacle van de vierde Engelse Oorlog tussen 1780 en 1784. In enkele jaren tijds werd Nederland gepolitiseerd.Pieter van Wissing, die jarenlang onderzoek deed naar het blad, schetste aan de hand van Janus een beeld van de politieke pers in die tijd.